TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert vr, juli 30, 2010 14:12:23Serge Gainsbourg
Galerie Fifty One Fine Art Photography te Antwerpen
bestaat ondertussen al 10 jaar en viert dat deze zomer met een expo over Serge
Gainsbourg. Gainsbourg, geboren als Lucien Ginsburg was een Frans zanger,
dichter, componist, acteur en regisseur. Bovenal was hij een cultfiguur die
graag provoceerde. Gainsbourg overleed in 1991 op 62-jarige leeftijd aan het
hartaanval. Veel te jong maar hij had dan ook stevig geleefd. Gainsbourg staat
voor Gitanes en Pernod, het Parijse
nachtleven en ook de woelige jaren 60 waarvan Gainsbourg duidelijk een product
was. Het bekendste wapenfeit van de Franse zanger is wellicht ‘Je t’aime moi
non plus’ (1969) dat hij opnam met Jane Berkin (met wie hij ook een tijd
getrouwd was). Wie kent niet de ondubbelzinnige tekst “Je vais et je viens, entre tes
reins” uit deze shockerende slow? Echt goed zingen kon Gainsbourg
niet en moeders mooiste was hij evenmin, maar zijn charismatisch imago maakte
van hem één van de meest spraakmakende figuren uit de naoorlogse Franse geschiedenis.
Op de expo in Fifty One Fine Art Photography hangt een uiteenlopende greep cultfoto’s
van Gainsbourg. Studiofoto’s worden afgewisseld met reportagebeelden of
fotoshootings voor de magazines uit de jaren 70 en 80. Vaak duikt Gainsbourgs
vrouw Jane Berkin op. Ook is er een foto met ‘drinkezuster’ Marianne Faithful. Er
zijn foto’s van bekende fotografen zoals William Klein of Helmut Newton, er is
werk van minder bekende fotografen en ook een foto van de Belgische fotograaf
Patrick De Spiegelaere uit 1980. Er is werk voor ieders beurs: de goedkoopste
foto kost zo’n 300 euro, het duurste werk is meteen ook het kleinste (10,9 x
8,6 cm) en is een originele Polaroid - en dus een uniek stuk - van Helmut
Newton waarop Serge en Jane poseren in een fotostudio. Birkins rok wordt omhoog
getrokken zodat haar jerretels tevoorschijn komen. Steeds opnieuw is er pittige
en onomwonden erotiek. Dit kleine pareltje neemt u mee naar huis voor een
slordige 15.000 euro.
Op een andere foto, van Michel Ginies uit 1984, zien we Gainsbourg tijdens een
televisie interview een briefje van 500 Franse Francs verbranden bij wijze van
protest tegen te hoge belastingen.
Deze luchtige zomertentoonstelling gaat meer over de figuur van Gainsbourg dan
over fotografie. Echt sterk werk is er amper terug te vinden. Maar wie zijn
geheugen nog eens wil opfrissen en de sfeer van de jaren 60, 70 en 80 wil
herbeleven, moet beslist langslopen in de galerie.
Bert DANCKAERT
‘Gainsbourg’ tot
31 juli in Fifty One Fine Art Photography, Zirkstraat 20, Antwerpen. Open van
dinsdag tot zaterdag van 13u tot 18u.

Michel Ginies: Serge Gainsbourg brulant un billet, 1984
TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert ma, juni 28, 2010 12:23:27Schitterende expo, gemiste kans
‘American Documents’ in FoMu Antwerpen
Fotomuseum Antwerpen gaat de zomer in met een reeks nieuwe expo’s waarvan ‘American Documents’ op de tweede verdieping de verpletterende blikvanger is. Een vijftiental zwaargewichten van de Amerikaanse naoorlogse fotografie werd samengebracht om de documentwaarde van de foto te bevragen. Het levert één van de sterkste tentoonstellingen op die ooit in het museum te zien was.
Als deze expo de voorbode is van het museum onder leiding van de nieuwe directeur Elviera Velghe, dan ziet de toekomst er rooskleurig uit aan de Waalsekaai. Hoewel de expo ‘American Documents’ nog voorbereid werd onder supervisie van ad interim directeur Pool Andries, is dit de eerste expo waarvan Velghe het lintje mocht doorknippen. Welke richting het museum zal inslaan na het plotse vertrek van voormalig directeur Christoph Ruys, valt nog af te wachten. Hoopgevend is in elk geval dat de waardevolle collectie van onder het stof zal worden gehaald. Waar Ruys zich hoofdzakelijk toelegde op het behalen van fenomenale bezoekersaantallen, is er misschien nu terug tijd om te focussen op kwaliteitsfotografie, op de ondersteuning en uitbouw van de collectie en op de toekomst van Belgische fotografie in een internationale context.
Documentary Style
De tentoonstelling ‘American Documents’ kwam tot stand op initiatief van fotograaf Jean-Paul Deridder die het project uitwerkte in samenwerking met de curatoren van het museum. Van Walker Evans (1903-1975) is de serie ‘Labor Anonymous’ uit 1946 te zien. Evans is één van de meest veelzijdige fotografen van de 20ste eeuw. Bovendien was hij een bevlogen denker en schrijver over fotografie. Zijn invloed op de hedendaagse fotografie valt niet te onderschatten. Vanaf 1935 trachtte Evans het begrip ‘documentary style’ te definiëren. Hij stelde: “Art is never a document, but it can adapt that style”. De documentaire als strategie - niet als doel - lijkt als een rode draad doorheen deze expo te lopen.
Zo hangt naast Evans’ ‘Labor Anonymous’ werk uit de serie ‘Evidence’ van Larry Sultan en Mike Mandel. In 1977 werd, kort na hun studies, het boek ‘Evidence’ gepubliceerd. Voor dit werk bezochten Mandel en Sultan de beeldarchieven van honderden bedrijven, afdelingen van de politie en diverse laboratoria. Ze lichtten hieruit een selectie ‘bewijsmateriaal’ dat ze contextloos in de verzameling ‘Evidence’ plaatsten. Deze even cryptische als hilarische beelden werden exemplarisch voor het hergebruik van fotografisch materiaal. Zelden werd zo treffend de gespannen verhouding tussen ‘betekenis’ en ‘context’ blootgelegd.
Van diezelfde Larry Sultan, die in december van vorig jaar overleed, is ook de recente serie ‘Homeland’ te zien, gemaakt tussen 2007 en 2009. Op de kleurenfoto’s van Sultan zien we pittoreske, idyllische landschappen in Amerikaanse buitenwijken aan de grens met Mexico. Ze worden bevolkt door clandestiene arbeiders, dagloners en ontheemden.
Van Robert Frank worden enkele foto’s uit zijn befaamde ‘The Americans’ getoond. De documentaire ‘roadmovie’ die Frank in de jaren 50 realiseerde, koppelt subjectiviteit en een autobiografisch standpunt aan het document.
In navolging van Frank bepaalden Diane Arbus, Garry Winogrand en Lee Friedlander dan weer de Amerikaanse kunstfotografie van de jaren 60. Ook die drie zwaargewichten uit de fotogeschiedenis komen uitgebreid aan bod in ‘American Documents’. In 1967 werd hun werk al eens gebundeld in de expo ‘New Documents’ in het MoMa, die net zoals deze tentoonstelling wilde stilstaan bij de dubbelzinnige betekenis van het document in de fotografie.
Afstandelijk
Verder is er een reeks fotografen terug te vinden die deelnam aan de tentoonstelling ‘New Topographics: Photographs of a Man-Altered Landscape’ (Rochester, 1975). De nieuwe stijl die ‘New Topographics’ inluidde was die van het onderkoelde non-document. De ontdekking ook van het fotogenieke van de standsrand en andere overgangsgebieden. Van Stephen Shore wordt een reeks kleurenfoto’s uit Uncommon Places getoond. Van Lewis Baltz zijn er droge analyses te zien van industrieparken en vuilnisbelten. Robert Adams, Nicholas Nixon en Henry Wessel vervolledigen de ‘topografen’.
Naast ‘Homeland’ van Larry Sultan is er nog een recente fotoserie te zien; ‘American Power’ is een opgemerkt fotografieproject en boek van Mitch Epstein (1952) die ooit nog les kreeg van Garry Winogrand. Het werk gaat uit van het begrip ‘power’ dat zowel ‘macht’ als ‘energie’ kan betekenen. Epstein fotografeerde tussen 2003 en 2008 met een groot formaat camera voornamelijk in en om energiefabrieken. Hoewel Epsteins stijl afstandelijk en louter beschrijvend lijkt, komt er toch een subjectief verhaal bovendrijven over een paranoïde en afkalvende samenleving.
‘American Documents’ brengt op een (naar Belgische maatstaven) ongeziene manier een hoeveelheid kwaliteitswerk samen wat deze tentoonstelling historisch maakt. Hoewel de expo niet echt een nieuwe visie aanreikt of een vooruitstrevend statement poneert, overtuigt ze in haar ingetogen en trefzekere selectie. Het is dan ook bijzonder jammer dat van dit ensemble geen catalogus werd gemaakt. Een tentoonstelling van dit kaliber verdient het ook rond te reizen om zo meer mensen te bereiken én nieuwe financiële mogelijkheden te creëren voor toekomstige projecten. Dat deze expo in de rustige zomermaanden werd geprogrammeerd is dan weer erg jammer naar het onderwijs toe. Het historisch overzicht in ‘American Documents’ biedt belangrijk studiemateriaal voor iedere fotostudent. Zo blijkt dat een schitterende tentoonstelling toch ook een beetje een gemiste kans kan zijn.
Bert DANCKAERT
‘American Documents’ tot 5 september 2010 in FoMu Antwerpen, Waalse Kaai 47, 2000 Antwerpen. Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 18u. Toegang 6/4 euro, 1 euro voor – 26. www.fotomuseum.be

Larry Sultan, ‘Antioch Creek’, 2008, from the series ‘Homeland ’, © The Estate of Larry Sultan, courtesy Gallery Thomas Zander, Cologne
TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert vr, mei 14, 2010 13:43:14Art Amsterdam 2010
26th edition of Art Amsterdam: 26 to 30 May 2010
MKgalerie presents:
Hans Wilschut, solo (www.Hans Wilschut.com)
Le Petit Salon:
Wim Bosch, Bart Benschop, Ditty Ketting, Jochem Rotteveel, Marian Breedveld, Marleen Sleeuwits, Pim Palsgraaf, Willem Besselink, Beat Streuli, Duarte Amaral Netto, Tiina Mielonen, Serge Game, Bert Danckaert, Miyuki Okuyama en Axel Reusch.

Bert Danckaert, from the series 'Simple Present' (London, 2010)
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert za, maart 27, 2010 12:04:52Sterren en modellen aan de Belgische kustVan 28 maart tot 13 juni overspoelt de fotografie de Belgische kust. Het fotofestival van Knokke-Heist is al jaren een vaste waarde in het Belgische fotolandschap en brengt elk jaar een gevarieerd tentoonstellingsprogramma. Kunst met grote en kleine K wisselen mekaar af, amateurs en professionals ontmoeten er mekaar terwijl ook de galeries van Knokke-Heist een uitgebreid aanbod foto expo’s brengen. Wij hadden een gesprek met Christophe De Jaeger, curator van het festival en vroegen hem hoe genuanceerd we ‘Stars & Models’ mogen verwachten.
Christophe De Jaeger: Met de simpele titel ‘Stars & Models’ en vrij toegankelijke solotentoonstellingen, wilden we in de eerste plaats het grote publiek aanspreken. Sterren en modellen uit de wereld van de sport, politiek en kunst doen het goed, zeker in Knokke-Heist. Maar daarnaast willen we de bezoeker ook een andere dan de oppervlakkige wereld schetsen.
We tonen een hele reeks jonge fotografen die in hun werk verwijzen naar de ‘achterkant’ van de glamour. Zelfs het werk van de klassieker Cecil Beaton zie je op het einde van de tentoonstelling ‘The Set to Get in With’ hoe de bekende figuren van zijn tijd vervielen in karikaturen, gemeneriken of blaaskaken. Een oppervlaktebarstje dat nog groter wordt door het bezoek van Nan Goldin aan het festival. Zij zal zelf haar bekendste werk‘The Ballad of Sexual Dependency’ inleiden op de avond na het symposium van 12 mei.
Wat mogen we verder verwachten op het festival?De Jaeger: Twee centrale solotentoonstellingen tonen het werk van de jonge modefotograaf Tim Walker (1970) en één van zijn grote inspiratiebronnen Cecil Beaton (1904 – 1980). Beide fotografen tonen de ‘glamour en glitter’ van deze wereld. Cecil Beaton reisde de hele wereld af op zoek naar sterren en plaatste die in barokke decors die de sterren nog mystieker en decadenter maakten. Tim Walker is de hedendaagse ‘Peter Pan’ van de fotografie; hij werkt met topmodellen en laat deze poseren in sprookjesachtige omgevingen.
Men kan moeilijk stellen dat deze fotografen ons een geweten schoppen, integendeel, ze doen ons ‘erin’ geloven!
Het programma is erg uiteenlopend: er zijn historische tentoonstellingen, er is hedendaagse kunst, amateurs, jonge kunstenaars, World Press…loopt die ‘voor elk wat wils’-strategie niet het risico dat het festival zal verglijden in een gevaarlijke algemeenheid?
De Jaeger: Curator Inge Henneman stelde ooit dat een festival de luxe heeft om een vat vol experimenten te zijn dat jonge en gevestigde waarden toont, documentaire en hedendaagse fotografie, journalistiek en kunstfotografie, kortom….contrasten. Het was een stelling die we hebben onthouden. Ik heb het gevoel dat veel bezoekers van het festival hun favoriete tentoonstelling ‘shoppen’. Niet elke bezoeker bekijkt alles even lang en even goed. Mensen uit de wereld van de hedendaagse kunst sluiten de ogen bij de World Press Photo, terwijl journalistieke fotografen de ‘hedendaagse kunst’ sportief voorbij hollen.
De vorige editie toonde duidelijk dat het festival zich wilde herbronnen. Er waren zeer geslaagde -maar ook moeilijke- tentoonstellingen te zien (‘Still/Moving/Still’, Broothaers…). Die werden afgewisseld met werk van de (lokale) fotoamateurs met bijzonder clichématig en zwak werk. Heeft het festival zich bezonnen over dat wisselende niveau of maken jullie van de diversiteit de meerwaarde?De Jaeger: Diversiteit zien wij absoluut als een meerwaarde . Zo’n contrast is ondermeer het onderscheid amateur-professioneel. Door de fotowedstrijd en de deelname van amateurkringen kan iedereen participeren aan het festival, dat vinden we een mooi gegeven. Die mensen zijn trots, komen kijken naar het eigen werk én pikken dan ook de andere expo’s met grote namen mee. In tegenstelling tot vorig jaar hebben we het werk van de amateurs en het jonge talent wel geconcentreerd op één locatie.
Wat mogen we van de lokale galeries verwachten?De Jaeger: In 2010 is de samenwerking met de galerijen van Knokke-Heist optimaal. Meer dan 18 galeries bieden een aanvullend programma op het festival. Er zijn tentoonstellingen te zien met werk van Beuys, Lindbergh, Serrano, Sidibé, Lagrange en vele andere kunstenaars. Knokke-Heist streeft trouwens in de toekomst naar een gemeenschappelijk galerieprogramma zoals in Antwerpen en Gent.
En de ambities voor de volgende edities?De Jaeger: Ondanks onze nadruk op diversiteit denk ik dat het festival volgend jaar misschien wat kleiner zal zijn. Reculer pour sauter plus haut… In 2009 en 2010 gaven we volle gas, dat hebben we nodig om het festival een draagvlak te geven. Misschien is het vanaf de volgende editie terug tijd om ietsje dieper te graven.
Bert DANCKAERT
‘Stars and Models’ loopt van 28 maart tot 13 juni, alle dagen open van 10 tot 19u. Inkom 8/5 euro.
Met het toegangsticket kan u alle onderdelen van het Internationaal Fotofestival bezichtigen gedurende de hele looptijd. Voor de tentoonstellingen in de galeries heeft u geen toegangsticket van het Fotofestival nodig.
Locaties: Cultuurcentrum Scharpoord, Meerlaan 32, 8300 Knokke-Heist - Lagunahal, Krommedijk, Duinbergen - Tentoonstellingspaviljoen, strand ter hoogte van het Rubensplein - Sincfala, Museum van de Zwinstreek, Pannestraat 140, Heist - Beverly Screens, Kongostraat 2.
Alle info op www.fotofestival.be
TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert do, maart 11, 2010 09:33:54Sugary Photographs with Tricks, Poses and Effects -
A festival on Photography
POTEMKIN VILLAGE
'Potemkin village' refers to the fake settlements erected at the direction of Russian minister Grigory Potyomkin to fool Empress Catherine II during her prospective visit to Crimea (Ukraine) in 1787. The term has come to stand for any construction designed to stage reality for ideological or other ends. The artists in this group exhibition examine the idea of reality as a composition, as something that is staged, whether it is by conscious design or by the human gaze. At the same time, they reflect about the idea of the photographic image as a composition or construction of reality and the photographic nature of reality itself.
Artists: Bert Danckaert, Alwin Lay, Georg Parthen, Ryan Rivadeneira, Anu Vahtra, Yaniv Waissa
Opening
19.03.10
FRI: 7pm
Exhibition
20.03. – 04.04.10
WED – FRI: 2pm – 1am
SAT, SUN: 2pm – 7pm
Novylon
Zendelingenstraat 38A
2140 Antwerpen
Google-Maps Link
website
http://www.sugaryphotographs.com

Simple Present #336, Havana - Bert Danckaert, 2010
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert vr, januari 22, 2010 09:46:45Het verhaal van de fotografie Van de Britse fotohistoricus Ian Jeffrey verscheen onlangs bij uitgeverij Ludion het boek ‘De kunst van het kijken. Het verhaal van de fotografie’. In dit naslagwerk schetst Jeffrey de geschiedenis van de fotografie sinds haar ontstaan in 1839 tot vandaag. Rijkelijk geïllustreerd met beeldmateriaal van ruim honderd fotografen, vertelt de auteur ‘het’ verhaal van de fotografie. In korte stukjes beschrijft Jeffrey telkens biografische feiten over de desbetreffende fotograaf en plaatst hij het werk in een culturele en sociaalhistorische context.
Over de geschiedenis van de fotografie bestaan talloze publicaties. De krachtlijnen van het medium zijn doorheen zijn relatief korte bestaansperiode uitvoerig besproken. In ‘De kunst van het kijken’ valt Jeffrey daarop terug en vat aan met de obligate William Henry Fox Talbot, de uitvinder van het negatiefpositief-procedé, de werkwijze die we zijn blijven gebruiken tot de digitale fotografie het zilver uit de fotografie bande. Opvallend is dat Jeffrey de pioniersjaren van de fotografie nadrukkelijk Angelsaksisch inkleurt, terwijl de Fransman Daguerre de officiële uitvinder van de fotografie is en enkele jaren voordien de basis werd gelegd door diens landgenoot Nicéphoire Niepce. Beiden worden niet eens vermeld. Jeffrey heeft de pretentie om ‘het’ verhaal van de fotografie te schetsen maar laat zich leiden door chauvinisme. Wanneer hij het iets verder in het boek heeft over vroege oorlogsfotografie vermeldt hij wel de Brit Roger Fenton terwijl de Amerikaan Mathew Brady en het leger fotografen dat verslaggeving deed van de secessieoorlog straal wordt genegeerd. Wanneer Jeffrey uitvoerig ingaat op een van de belangrijkste figuren van de vroeg 20ste-eeuwse fotografie, Alfred Stieglitz, kan hij het niet nalaten Edward Dahlberg te citeren die Stieglitz omschreef als ‘grootste ijdeltuit van de Amerikaanse kunstwereld’. Jeffrey zelf komt niet veel verder dan een opsomming van biografische data en een beschrijving van wat we op de foto’s zien. Van dit soort ongefundeerd scepticisme is geen spoor wanneer Jeffrey over tien pagina’s het werk van de Brit Bill Brandt beschrijft.
Verder blijven Jeffreys beschrijvingen tamelijk oppervlakkig en leveren ze weinig nieuwe inzichten. Vaak gaat hij uitvoerig in op details in de beelden waarmee hij de lezer wil aanzetten om nauwkeurig te kijken maar doet dit misschien vooral om aan te tonen hoe scherp zijn eigen opmerkingszin wel niet is. Of had u in de foto van Diane Arbus ‘Topless danseres in haar kleedkamer, San Fransico, Californië’ (1968) op de achtergrond het boek van Leonardo da Vinci al opgemerkt? Als u wil weten wat de betekenis is van de wijsvinger van de heilige Thomas in relatie tot de topless dame die haar borst ondersteunt met haar wijsvinger (!) moet u dit boek beslist aanschaffen.
‘De kunst van het kijken’ is een mooi vormgegeven boek dat een adequaat maar zeer gekleurd beeld van de fotogeschiedenis ophangt met hiaten en (te weinig gefundeerde) vreemde accenten (al eens van de illustere Dorothy Bohm gehoord?). Objectieve geschiedschrijving is even onmogelijk als het fotograferen van de waarheid en het is Jeffreys recht om het vb. niet over mode- en glamourfotografie te hebben maar het feit dat hij het laken van de fotogeschiedenis tracht naar Engeland te trekken, heeft dan weer niets te maken met een persoonlijk standpunt maar met plat chauvinisme. Misschien is Ian Jeffrey wel de grootste ijdeltuit van de Engelse fotografiewereld.
Bert DANCKAERT
‘De kunst van het kijken – Het verhaal van de fotografie’ van Ian Jeffrey werd uitgegeven door Ludion, 383 blz, ISBN 978-90-5544-777-0. Prijs: 34,90 euro
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert vr, december 25, 2009 19:58:44Onder de titel ‘The Strawberry Effect’ stelt fotograaf Wim Wauman (Dendermonde, 1976) recent werk tentoon bij galerie Kusseneers op het Antwerpse Zuid. Na een periode van relatieve stilte rond deze HISK laureaat (2002) verrast Wauman met een sterke serie uitgepuurde stillevens. De titel van de expo ‘The Strawberry Effect’ is een ironische afgeleide van de term ‘vlindereffect’ uit de chaostheorie. Daarin wordt gesteld dat de slag van vlindervleugels in pakweg Brazilië maanden later een tornado in Texas zou kunnen veroorzaken. Kleine veranderingen binnen gevoelige systemen kunnen dus grote gevolgen hebben. In deze expo verlaat Wauman de registrerende fotografie om te focussen op totaal gecontroleerde ensceneringen. Of deze kleine verandering in zijn nog prille oeuvre orkanen zal veroorzaken in het hedendaagse kunstlandschap valt af te wachten, een fascinerende verzameling beelden levert het in elk geval alvast op.
De oudste drie stillevens werden nog analoog opgenomen en dragen de titel ‘Temptation Islands’. Tegen een witte achtergrond zien we eilandachtige sculpturen van sensuele groenten en fruit op een spiegelend oppervlak. Wauman refereert nadrukkelijk aan stillevens uit de Gouden Eeuw; de schilderijen van Beuckelaer of Aertsen van copieuze markttaferelen zinderen na in deze ‘tijdloze’ foto’s. Tegelijk leggen deze ‘nature mortes’ net de kwetsbaarheid bloot van het gave en het pure. We weten immers dat alles op deze beelden ten prooi zal vallen van de tijd om te eindigen in rottend compost. Hier speelt de foto ook een cruciale rol; hoewel Wauman voornamelijk schatplichtig lijkt aan een schilderstraditie, blijven deze beelden zuiver fotografisch, dus opgebouwd uit louter momentaan licht op een oppervlak. Die tragiek van het fotobeeld heeft Wauman goed begrepen, het ‘nu’ in de foto verandert immers onmiddellijk in ‘toen’. Foto’s zijn daarom altijd dode momenten uit een voor altijd verdwenen verleden. Deze zwaarwichtige fotofilosofische ondertoon countert Wauman door te flirten met een ietwat foute en kitscherige beeldtaal en referenties aan al even foute televisieprogramma’s.
Voor de recentere ‘Table-Top Still Lifes’ schakelde Wauman over naar digitale opnametechnieken. De composities werden eenvoudiger, de achtergrond zwart en een modernistisch tafelvlak levert een aparte spanning. Net zoals in de ‘Temptation Islands’ zijn de verwijzingen naar de kunstgeschiedenis alomtegenwoordig. Courgettes, kalebassen en gele paprika’s zijn verwikkeld in een verleidelijk voorspel, een achteloze vlinder fladdert met een knipoog uit het beeld. De technische perfectie, de uitgepuurde vorm en de kunsthistorische referenties leveren een gewicht dat het ‘tongue-in-cheek’ gehalte van dit werk met een uitgestreken gezicht ondersteunt.
Bert DANCKAERT
‘The Strawberry Effect’ van Wim Wauman, tot 16 januari 2010 in Galerie Kusseneers, De Burburestraat 11, 2000 Antwerpen. Open wo-za van 14u tot 18u.

Wim Wauman, ‘Cucurbita Fragaria Maritima’, 2009
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert vr, december 25, 2009 19:44:03Pure BeautyJohn Baldessari (1931, National City, California) is een van de meest invloedrijke kunstenaars van zijn generatie. Sinds de vroege jaren 60 maakt hij conceptueel werk in verschillende verschijningsvormen zoals schilderijen, fotomontages, tekstwerken, video’s, etc. Zijn kunst is een reactie op de beeldcultuur en een (absurd) onderzoek naar ‘betekenis’ en hoe die ontstaat. In Tate Modern (Londen) loopt nog tot 10 januari een overzichtstentoonstelling die begeleid wordt door een schitterende catalogus.
In de vroege jaren 90 was John Baldessari uitgegroeid tot een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de hedendaagse kunst. Zijn succes was vooral te danken aan de fotomontages die hij sinds midden jaren 80 maakte en die zowel door de critici als het publiek op veel bijval konden rekenen. Baldessari was toen al 30 jaar bezig. Ook als docent is zijn invloed tot op de dag van vandaag enorm. Ontelbaar zijn de kunstenaars voor wie hij de deur opende en bij wie hij een kritische, intelligente en authentieke attitude stimuleerde. Een mooie paradox is één van Baldessari’s uitspraken over kunsteducatie: “It's essentially an idea that you can't teach art, but if you're around artists you might pick up something”. Zeer recent sprong zijn samenwerking met de Belgische schilder Koen van den Broek nog in het oog in galerie Meert te Brussel.
CrematieIn 1970 verbrandde John Baldessari alle schilderijen die hij tussen 1953 en 1966 had gemaakt (‘The Cremation Project’). Deze ‘performance’ lijkt ontstaan uit Baldessari’s gespannen verhouding met de zeggingskracht van het schilderij in een tijd waarin conceptualisme booming business was. Om los te komen van de intuïtieve benadering moest het schilderij er aan geloven. Gelukkig bleven enkele schilderijen gespaard van ‘The Cremation Project’ omdat ze in 1970 niet meer in Baldessari’s bezit waren. Deze popart gerelateerde werken vertegenwoordigen nu het vroege werk in de retrospectieve.
In dezelfde conceptuele geest maakte Baldessari tussen 1966 en 1968 een reeks tekstschilderijen op doek. Deze anti-schilderijen - waarin het ‘metier’ terug te brengen is tot dat van de reclameschilder - tonen tekstflarden in zwarte letters op een witte achtergrond. Op een van de werken lezen we ‘Pure Beauty’. Op sarcastische wijze haalt Baldessari het schilderij onderuit, alsof haar zeggingskracht door de hypocrisie van de virtuositeit overschaduwd wordt. Tegelijk speelt ‘Pure Beauty’ met de eeuwige kunstfilosofische vraag over de betekenis van schoonheid, zij het in het conceptuele tijdperk.
DeadpanDat Baldessari al vroeg speelde met een eenvoudige (maar geniale) conceptuele attitude bewijst het werk ‘The Backs of All the Trucks Passed While Driving from Los Angeles to Santa Barbera, California, Sunday, 20 January 1963’. Baldessari documenteerde in deze verzameling van 32 kleurenfoto’s niets meer dan de titel doet vermoeden. Reductie tot op het bot en kurkdroge humor waarvoor de Amerikanen graag het woord ‘deadpan’ gebruiken wat zoveel betekent als ‘pokerface’.
In 1969 volgde het ‘California Map Project’ waarin hij de letters uit het woord California in het landschap aanbracht, exact op de plaats (en vergroot volgens dezelfde schaal) zoals ze op een landkaart stonden. Dit landart-werk lijkt tegelijk een loopje met het genre te nemen.
In de jaren 70 volgen tal van foto- en videowerken. Vaak speelt hij beeld en tekst tegenover mekaar uit in een voortdurend spel van ontkrachting en absurdisme.
Halfweg de jaren 80 ontstonden dan zijn monumentale fotomontages gebaseerd op gevonden en gereproduceerd fotomateriaal. Zijn studio was een oude cinemazaal waardoor hij in staat was zeer grote samengestelde werken te produceren. Telkens weer staat de deconstructie van het betekenisproces centraal. Inhoudelijke en formele verbanden worden gelegd en leiden tot cryptische en raadselachtige wandconstructies met een echo naar de populaire beeldcultuur waarin TV en film een belangrijke rol spelen. Door het wegnemen van cruciale informatie - door bepaalde partijen te overschilderen of af te plakken – blijft vaak alleen de spanning van het beeld over terwijl het narratief niet langer leesbaar is. Zo kwam Baldessari tot een van zijn typerende handelskenmerken: gekleurde ronde bollen in primaire kleuren die de gelaatsuitdrukking van de personages in zijn werken bedekken.
In de laatste werken op de tentoonstelling lijkt de kunstenaar terug te blikken op zijn rijke carrière en refereert hij vooral aan zichzelf. Beeld en tekst blijven onmogelijke verbanden aan te gaan zoals in ‘Prima Facie’ (2005) waar vier foto’s van expressieve mannengezichten in verschillende tinten groen werden gedrukt met daarnaast de beschrijving van de kleur zoals ‘Fresh cut grass’of ‘Frogs Belly’. De nadrukkelijke aanwezigheid van de beelden wordt compleet overbodig omdat de context die Baldessari rond het werk creëert, louter over de beschrijving van een kleur lijkt te gaan. Niet de elementen in de beelden, maar de context bepaalt de inhoud, hoe onleesbaar die ook kan worden.
Bert DANCKAERT
‘Pure Beauty’ van John Baldessari, tot 10 januari 2010 in Tate Modern te Londen, open zo-do van 10 tot 18u, vrij-za tot 22u. Toegang 11 euro.
Het boek ‘Pure Beauty’, hard cover, 329 blz., uitgegeven door Prestel (importeur Nilsson & Lamm), 50 euro, ISBN: 978-3-7913-4345-7

John Baldessari, ‘Heel’, 1986
PublicatiesGeplaatst door Bert Danckaert do, december 24, 2009 16:28:48Out now! Cape Town Notes, Track Report 09/04
Softcover, 40 images - 96 pages
Photography Bert Danckaert
Text (English/Dutch): Jan Blommaert & Bert Danckaert
Design: Jean-Michel Meyers
Published by the Antwerp Academy of Fine Arts
ISBN: 9789490521011
€ 10
Download the pdf of the publication
here
TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert zo, december 13, 2009 18:27:24'As Time Goes By' groupshow at MK gallery Rotterdam & Berlin, opens January 10 (Rotterdam) and January 15 (Berlin)
Invitation card Rotterdam
Invitation card Berlin

Simple Present #131 (Madrid), Bert Danckaert, 2009
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert vr, december 04, 2009 16:40:52Paul Graham Binnenkort reist een grote retrospectieve tentoonstelling van de Britse fotograaf Paul Graham door Europa. De expo zal een overzicht geven van het werk dat Graham maakte tussen 1981 tot 2006. De lijvige catalogus die deze tentoonstelling begeleidt, is nu al verkrijgbaar. Het boek geeft een volledig overzicht van Grahams gevarieerde oeuvre waarin politiek bewustzijn, individuele verdwaaldheid en een doorgedreven aandacht voor het gewone de basiskenmerken zijn.
In de vroege jaren ’80, tijdens het Thatcher-tijdperk, begon een aantal sociaalgeëngageerde fotografen –waaronder Paul Graham– in kleur te werken wat een breuk betekende met de zwartwit traditie die tot dan het genre had gedomineerd. In 1983 verscheen Grahams eerste boek ‘A1 – The Great North Road’. Met een groot formaat camera fotografeerde hij de Britse autoweg met zijn baancafés en –restaurants, truckchauffeurs en desolate landschappen. In de traditie van klassieke fotografen als Paul Strand of Walker Evans legde hij een alledaags sociaal gebeuren vast. Ook is er duidelijk de invloed van de tentoonstelling ‘New Topographics’ uit 1975 (Rochester, VS) waar het saaie voorstadslandschap ‘ontdekt’ werd. Vooral de kleurenfotografie van Stephen Shore zindert door in Grahams vroege werk.
De internationale doorbraak kwam met het werk ‘Beyond Caring’ (1984-1985), waar hij overschakelde naar de mobielere 6 x 7 cm rolfilmcamera en foto’s maakte van wachtkamers waar werkloze mannen en vrouwen doelloos voor zich uitstaren in afwachting van een sollicitatiegesprek of een administratieve afhandeling van hun werkloosheidsstatuut. Graham was één van hen, ook hij was werkloos en de uren wachten en aanschuiven maakten net zoals bij de anderen deel uit van zijn dagelijkse bestaan. De trage tijd die uit deze onderuitgezakte beelden spreekt, is treffend en allesbehalve vrolijk. Paul Graham legde in deze serie de uitzichtloosheid van de crisis van de jaren 80 vast. Het vale licht van neonlampen symboliseert een algemeen gevoel van onvermogen.
De overgang naar de jaren 90 maakt het werk er niet optimistischer op: ‘Television Portraits’ is een verzameling foto’s van mensen terwijl ze naar televisie kijken. De televisie zelf komt niet in beeld, wel het licht van de tv dat afwezige figuren lijkt te hypnotiseren. ‘Empty Heaven’ (1989-1995) speelt zich dan weer af in Japan. Het is een agressievere serie met drastische overgangen. Zo zijn er foto’s van de motor van een Toyota, schraal en haarscherp geflitst, daarnaast fragmenten van gevonden foto’s over de gevolgen van het bombardement op Hiroshima of nabij opnamen van de verpakking van snoepgoed. Heden en verleden worden aan elkaar geregen met als bindmiddel een reeks portretten van Japanners.
‘End of an Age’ (1996-1998) brengt een generatie jonge mensen in beeld aan de vooravond van de millenniumwende. Soms donker en onscherp, dan weer hard geflitst.
‘Paintings’ (1997-1999) zijn een aantal gevonden schilderijen op toiletdeuren en volgekraste muren. Het ongenoegen en het vandalisme dat aan de basis ligt van graffiti, krijgt in deze foto’s -die dicht aanleunen bij de schilderijen van Cy Twombly- een tegengewicht door hun toevallige esthetiek.
In ‘American Night’ (1998-2002) experimenteert Graham met een technische manipulatie van zijn foto’s door de beelden extreem licht te printen. Deze ingreep werd geïnspireerd door de roman ‘De stad der blinden’ van Jose Saramago (1995) waarin de inwoners van een hele stad systematisch blind worden. Die blindheid wordt gekenmerkt door een algemeen wit zicht (in plaats van zwart). In de foto’s van Graham is er ook haast sprake van witte blindheid. Nog net zien we de contouren van straten, passanten en lege parkings. Dit zijn beelden die een onbewustheid articuleren, tussen verschijnen en verdwijnen, tussen zijn en niet zijn.
De laatste serie in het boek is ‘A Shimmer of Possibility’ (2004-2006) dat in beperkte oplage in twaalf verschillende boekvolumes verscheen (die ondertussen gegeerd collectors item zijn geworden). In deze serie spelen kleine dagdagelijkse handelingen de hoofdrol en tast Graham banale situaties af zonder een specifieke positie in te nemen. Even ongrijpbaar als het leven zelf loopt de tijd verder. De foto is hier niet langer een besliste cesuur in de tijd maar de aanvaarding van een fundamentele en betekenisvolle besluiteloosheid.
Bert DANCKAERT
‘Paul Graham’ is een uitgave van Steidl en kost 48,00 euro. ISBN 978-3-86521-858-2

Paul Graham, Beyond Caring, 1984-1985.
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert za, november 14, 2009 13:41:24‘American Power’ De Amerikaanse fotograaf Mitch Epstein (Massachusetts, 1952) maakte een boek over de (afbrokkelende) macht van de Verenigde staten. In ‘American Power’ bespeelt Epstein zowel ‘power’ als ‘macht’ als ‘power’ in de betekenis van ‘energiebron’. De huidige crisis – of moeten we zeggen keerpunt?- in de Amerikaanse samenleving ligt aan de basis van dit project. Zowel de milieucrisis als de economische crisis - beiden gevolgen van de weergaloze zelfingenomenheid van het kapitalisme - zijn politieke prioriteiten onder het nieuwe Obama-bewind dat radicaal breekt met het conservatisme van het Bush-tijdperk. Epstein fotografeerde tussen 2003 en 2008 met een groot formaat camera voornamelijk in en om energiefabrieken. Zijn werk focust op het snijvlak waar de Amerikaanse samenleving en het Amerikaanse landschap mekaar ontmoeten. In veel van de foto’s speelt een paranoïde surveillance en overdreven beveiliging een nadrukkelijke rol. Op de foto ‘Grand Gulf Nuclear Power Plant, Mississippi II, 2006’ zien we een jonge blonde veiligheidsagente moedeloos naar de camera staren in de lege gangen van een nucleaire fabriek. Ze is overladen met zware wapens, badges en gadgets. Epstein ondervond ook zelf heel wat problemen tijdens het fotograferen van de beelden voor dit boek; meermaals kwam hij in aanraking met politie en FBI die de fotograaf verwarden met een potentiële terrorist: “You know, if you were a Muslim, you’d be cuffed up and taken in for questioning.”
Epsteins fotografische benadering straalt klassieke perfectie uit. Zijn werk bouwt voort op de foto’s van de grote voorbeelden van de Amerikaanse kleurenfotografie zoals Stephen Shore of Joel Sternfeld. Meer actueel sluit hij aan bij Edward Burtynsky of Robert Polidori, die gelijklopend werk publiceren bij dezelfde uitgever. De beelden in de bijzonder professionele en kwalitatieve koffietafelboeken die ze produceren, worden door hun herkenbare fotografische stijl net iets te inwisselbaar.
Toch is ‘American Power’ een belangrijk statement over de actuele Amerikaanse geschiedenis waar auto’s gaandeweg elektrisch worden en steenkoolcentrales plaats ruimen voor zonnepanelen en windturbines. Ook de opwarming van de aarde (en de daaruit voortkomende orkanen zoals de verwoestende Katrina) wordt behandeld in het boek. De ‘supersize-me’ cultuur komt stilaan tot inkeer omdat er eenvoudigweg geen keuze meer is: als het land zichzelf verder consumeert zoals het de afgelopen 50 jaar gedaan heeft, dan zullen de VS in een vergevorderde staat van obesitas ten onder te gaan.
De geladen politieke landschappen die Epstein bij mekaar brengt, tonen aan dat door het eenvoudig documenteren van zichtbare feiten, machtstructuren kunnen blootgelegd kunnen worden die - zoals Mitch Epstein het zelf omschrijft – doen denken aan Russische Matroesjka popjes: “Each time I opened one kind of power, I found another kind inside”.
Bert DANCKAERT
‘American Power’ van Mitch Epstein werd uitgegeven bij Steidl, hardcover 144 blz., 52 euro. ISBN: 978-3-86521-924-4

Uit 'American Power' van Mitch Epstein
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert za, oktober 24, 2009 17:04:56'Cover'
Onlangs verscheen het vijfde boek van de
Canadese fotografe Lynne Cohen (Racine, VS, 1944) bij uitgeverij Le Point Du
Jour. Waar haar vorige boek ‘Camouflage’ (2005) een bundeling was van
uitsluitend zwart-witfoto’s zien we in ‘Cover’ enkel recent kleurenwerk. Cohen
begon in de voege jaren ’70 te fotograferen in de tijdsgeest van minimalisme en
pop-art. De ingrediënten van Cohens werk bleven de afgelopen 4 decennia
nagenoeg hetzelfde: bizarre interieurs van private ruimtes waar vreemde artefacten
de enige sporen zijn van menselijke activiteit. Eind jaren ’90 begon ze ook in
kleur te werken. Een breuk in haar oeuvre betekende dit echter niet; de vaak
intense kleurenfoto’s sluiten naadloos aan bij het oudere werk. Bovendien liet
ze het werken in zwart-wit nooit los en haar tentoonstellingen bestaan meestal
uit een mix van kleur en zwart-wit.
Ook in ‘Cover’ concentreert Lynne Cohen zich op onderzoeksruimten, klaslokalen,
kuuroorden en dies meer. Wat ze toont zijn uitgepuurde, schijnbaar neutrale
registraties van de restanten van een zeer specifieke activiteit waarvan we de
betekenis meestal niet meer kunnen ontcijferen. Dat maakt haar werk ongemeen
absurd. De ‘objectieve’ en ‘serieuze’ benadering lijkt haaks te staan op het
humoristische element in Cohens werk maar bepaalt precies de treffende spanning
ervan. Zelf zegt ze: “Mijn werk ontstaat vanuit sociale en politieke beweegredenen maar er
is geen concrete boodschap. Misschien voel ik me dichter bij de geest van
Jacques Tati staan dan bij die van Michel Foucault”.
Een belangrijk aspect in Cohens werk is het feit dat wat we op de foto’s zien
niet publiek is en achter gesloten deuren plaatsvindt. We mogen meekijken in de
coulissen van laboratoria, militaire installaties. We zien de verlaten kamers
van kuuroorden waar men ontstrest of werkt aan lichamelijke onvolmaaktheden.
Het lijkt alsof er achter deze verzameling objets trouvés een groot complot
schuilgaat dat zich als een hilarische bedreiging manifesteert.
De samenstelling van de foto’s in het boek heeft een even ‘onzichtbaar’
karakter als de schijnbaar registrerende fotografische benadering; de beelden
lijken mekaar arbitrair op te volgen, dan weer slechts één beeld op de
rechterpagina, dan weer tegenoverliggende bladzijden waarbij twee foto’s in
dialoog gaan. Zo worden heel wat (formele) verbanden - of tegenstellingen – uitgespeeld:
eens je de connectie ervaart tussen bijvoorbeeld een kuuroord en een militaire
installatie komt het psychologische en metaforische karakter van de foto’s nog
sterker tot uiting.
Deze beelden gaan over de menselijke drang tot controle en begrip. Terwijl de
mens zich daarmee onderhoudt, blijkt hij slechts verwarring te zaaien.
Bert DANCKAERT
‘Cover’ van Lynne Cohen werd uitgegeven bij Le Point
Du Jour en kost 35 euro. 24,5
x 31 cm, 144 bladzijden, 129 foto’s, tekst (Frans/Engels) Jiang-Xing Too. ISBN : 978-2-912132-62-8

Uit 'Cover' van Lynne Cohen
PublicatiesGeplaatst door Bert Danckaert do, september 10, 2009 10:27:19Update BAM-website (Instituut voor Beeldende, Audiovisuele en Mediakunst):
http://www.bamart.be/persons/detail/nl/104#
Bert Danckaert, Simple Present #102 (Beijing), 2007
TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert wo, september 09, 2009 12:43:39Best General View in <H>ART #55 (Erik Eelbode):
klik hier
Bert Danckaert, 'Simple Present #299 (New York), 2009
TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert wo, september 02, 2009 18:46:52BEST GENERAL VIEW in 'De Morgen', 1 september 2009:
klik hier
TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert wo, augustus 19, 2009 14:41:37BEST GENERAL VIEWBert Danckaert, Marc De Blieck, Arno Roncada
KURATIERT VON DIRK BRAECKMAN
4.9. - 11.10.2009
ERÖFFNUNG: Freitag, 4.9.2009, 19 Uhr
EINFÜHRUNG: DR. UWE SCHRAMM
ÖFFNUNGSZEITEN: DO - SO 15-18 UHR U.N.V.
KUNSTHAUS ESSEN
RÜBEZAHLSTR. 33
45134 ESSEN
TEL. 0201 - 44 33 13
WWW.KUNSTHAUS-ESSEN.DE
Bert Danckaert, 2009, Simple Present #298
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert di, augustus 04, 2009 12:59:04Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Fotografie als vierde wandFotomuseum Provincie Antwerpen gaat de zomer in met een overzicht van actuele Britse fotografie. ‘Theatres of the Real’ brengt werk van acht fotografen samen die - zoals de titel doet vermoeden – het spanningsveld onderzoeken tussen theatraliteit en document. In de galerie op de benedenverdieping toont Nick Hannes ‘Red Journey’, een kleurrijk relaas van een jaar reizen door 15 voormalige Sovjetrepublieken. De centrale vraag die deze expo’s lijken op te roepen, is de wankele werkbaarheid van het onderscheid tussen geënsceneerde en gevonden fotografie.
Over het verband tussen fotografie en theater is al veel geschreven. Dat komt ongetwijfeld omdat beide disciplines een dubbelzinnige verhouding met de werkelijkheid hebben. Foto’s tonen altijd echte situaties; zelfs indien volledig geconstrueerd, kan de camera niet anders dan opnemen wat er was. Ook in het theater is er sprake van een geënsceneerde werkelijkheid. We zien acteurs van vlees en bloed die ademen en voelen terwijl ze spelen. Terwijl alles ‘echt’ is en in ‘real time’ verloopt, zijn noch de foto noch het theaterstuk de werkelijkheid zelf. Fotografie en theater zijn daarom verbonden met de ersatz; ze tonen hooguit referenties of waargebeurde constructies. Beide kunstvormen zijn leugenachtig waar en waarachtige leugens.
‘Theatres of the Real’ plaatst acht actuele fotografen in de rijke traditie van Britse documentaire fotografie met internationaal gerenommeerde vertegenwoordigers als Bill Brandt, Paul Graham of Martin Parr om er maar enkele te noemen. Toch werken de meeste fotografen in deze expo allerminst volgens strikt documentaire methodes. Zo wordt er ondermeer digitaal gemanipuleerd (Mitra Tabrizian) en gewerkt met nadrukkelijke pose en enscenering (Clare Strand en Danny Treacy). Zelfs wanneer de camera gebruikt wordt om louter de tijd en alledaagse objecten vast te leggen (zoals in de interieurs van Nigel Shafran) lijkt de fotograaf vooral bekommerd om de vraagstelling over de betekenis van de enscenering op zich. Vanaf wanneer is er sprake van het in scène zetten van een situatie? Is het richten van de camera alleen al niet het dwingen van het beeld in het podium van het fotokader? Fotografie en enscenering zijn onlosmakelijk omdat ieder fotobeeld een constructie (van het kijken) is.
Real fakeHet werk van Sarah Pickering illustreert het denken over de relatie fotobeeld/constructie het meest treffend. Pickering maakt foto’s van door politie of brandweer geënsceneerde situaties om misdrijven of branden wetenschappelijk te onderzoeken. Enscenering en werkelijkheid vallen hier letterlijk samen wat precies de kracht van dit werk bepaalt. We zien afgebrande interieurs of straten tijdens een opstand, maar de huizen zijn niet echt, de zwartgeblakerde wasmachines en de valse muren er om heen tonen overduidelijk dat dit oefen- en onderzoeksruimtes zijn. De onderwerpen van Pickerings foto’s spelen openlijk met de constructie: huizen hebben alleen een façade, verkeerslichten geen lampen. Ze dienen louter om de ruimte aan te geven zodat agenten in opleiding er zich door kunnen bewegen. De manier waarop Pickering deze plaatsen in beeld brengt, is strikt documentair. Ze gebruikt de camera als neutrale waarnemer die een overzichtelijke registratie levert, de bevreemding zit in het onderwerp, niet in de benadering. Door de foto’s op monumentale formaten te printen, wordt de constructie op haar beurt uitvergroot en krijgen de beelden een surrealistische ondertoon.
Red JourneyIn de galerie op de benedenverdieping van het museum loopt ‘Red Journey’ van de jonge Antwerpse fotograaf Nick Hannes (1974). In deze klassieke reportagefotografie is er van enscenering geen sprake en toch zijn Hannes beelden minstens even theatraal als de Britse fotografie op de tweede verdieping. Hannes reisde in 2007 en 2008 een jaar lang door de voormalige Sovjetrepublieken. Het is al van 1991 geleden dat het communistische bolwerk uit elkaar viel in 15 onafhankelijke staten. Aanvankelijk was er veel hoop maar al snel werd duidelijk dat de vrije markt zijn prijs had. Het contrast tussen extreme rijkdom en bittere armoede is groot in de voormalige Sovjet-Unie. Nick Hannes ging op zoek naar sporen van het verleden die hij afweegt tegen het nu. Hier en daar duikt nog een beeld van Lenin op in het straatbeeld, de gebouwen zijn nog steeds grauw en afgeleefd. Daartussen leven en bewegen mensen, sommigen zijn te jong om een herinnering te hebben aan de communistische periode. Hannes werk leest als een roadmovie, zijn aanstekelijke nieuwsgierigheid straalt van de beelden. Net zoals Carl De Keyzer dat zo meesterlijk kan, bouwt Hannes theatrale composities op die een wereld tonen die tegelijk wel en niet bestaat. Op een van de foto’s zien we een jonge blonde vrouw die verleidelijk in de camera kijkt. Onder een jeans minirokje prijken haar lange benen. Een strak wit T-shirtje verhult amper haar welvende boezem. Op het T-shirt staat in grote letters ‘Jezus died for you’. Voor wat hoort wat. Het lijden van Christus als metafoor voor een ontspoorde samenleving. Nick Hannes plukt hieruit een bonte verzameling van kleurrijke impressies van het leven zoals het is, van mensen die overleven in het toevallige tijdvak waarin ze zijn terecht gekomen.
Bert DANCKAERT
‘Theatres of the Real’ en ‘Red Journey’ tot 13 september 2009 in Fotomuseum Provincie Antwerpen, Waalse Kaai 47, 2000 Antwerpen. Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 18u.

Sarah Pickering,
courtesy the artist and Meessen De Clercq, Brussels
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert zo, mei 17, 2009 18:48:16Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert‘TV’ van Mathieu Bernard-ReymondVan de Franse fotograaf Mathieu Bernard-Reymond (Gap, 1976) verscheen onlangs bij Hatje Cantz het intrigerende boek ‘TV’. Bernard-Reymond legde zich, sinds hij in 2002 afstudeerde aan de befaamde fotoschool van Vevey in Zwitserland, toe op het spanningsveld tussen de virtuele en de werkelijke wereld. Zo maakte hij met complexe softwarepaketten landschappen gebaseerd op portretten (Vous ètes ici) of hallucinante architecturale constructies die eigenlijk diagrammen van beursaandelen waren die hij als gigantische monumenten digitaal in het ‘werkelijke’ landschap verwerkte (Monuments).
Voor de serie ‘TV’ is het niet anders: met handige Photoshop technieken kopieerde Bernard-Reymond tv-stills in stedelijke landschappen waardoor nachtopnamen van suburbia bewoond worden door allerhande tv figuren. Lichtgevende vensters van flatgebouwen werden vervangen door schermen, levens zappen voorbij. In een voortuintje peuzelt een leeuwin haar prooi op terwijl achter de zonneblinden van het venster een presentator druk doende is. Danseresjes van één of andere ‘Tien om te zien’ jazzdansen in het desolate landschap van een beregende kermis bij nacht. Irak-soldaten patrouilleren aan de voordeur van een kantoorgebouw. Een bokser slaat zijn tegenstrever K.O. op een bouwwerf.
Een studie heeft uitgewezen dat we gemiddeld 14 jaar van ons leven voor TV slijten. Terwijl we dat doen liggen de straten er donker en verlaten bij. Gehypnotiseerd ondergaan we de spektakels van onze favoriete zenders terwijl de wereld buiten tot stilstand komt. Mathieu Bernard-Reymond speelt de anonimiteit en de betekenisloosheid van het alledaagse uit tegenover de leugenachtige illusie van het lichtgevende wonder. Steeds meer voltrekken onze levens zich in het virtuele. Sinds de blijde intrede van de televisie in de jaren ’50 en huiskamercomputers in de jaren ’90 is het leven er steeds individueler op geworden. We zijn sociaal in chatboxes en op Facebook en hoeven daarom onze veilige sofa niet meer te verlaten. De eenzaamheid die we voor onszelf geschapen hebben, vullen we troostend op met schrijnend leeg amusement. Naast mekaar zitten we alleen, op zoek naar herkenning in ‘Desperate Housewives’ of kijken we net voor we gaan slapen nog even hoe het met de beurs staat. Dwaze reclames onderbreken shows die gemaakt worden omwille van de winstgevende reclameblokken ertussen. Steeds hogere kijkcijfers zijn de staande ovatie voor deze incestueuze vicieuze cirkel van verstrooiing.
Een citaat van Peter Sloterdijk in het boek illustreert het treffend: “Wat is het verschil tussen een televisietoestel dat aan staat en een dat uit staat? Denk er over na. Voor mij is er geen verschil: het is hetzelfde ritme, tam-tam, geluid-pauze, aan-uit, de wereld zoals we die kennen. Kijken of niet kijken, events en non-events, beelden en niet-beelden – kan je nog volgen?”
Bert DANCKAERT
‘TV’ van Mathieu Bernard-Reymond werd uitgegeven door Hatje Cantz en kost 35 euro. ISBN 978-3-7757-2174-5

Uit 'TV' van Mathieu Bernard-Reymond
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert zo, mei 17, 2009 18:44:41Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Las Vegas Blues“For a loser, Vegas is the meanest town on earth.” (Hunter S. Thompson)
Vegas is show en kitsch, excitement en nightlife terwijl overdag de zon verschroeiend uithaalt tegen een staalblauwe lucht. Vegas is niet veel meer dan één lange straat, één langgerekt hotel of casino, een pretpark voor het volwassen kind. Escortservice en gigantische steaks maken de indigestie compleet.
Vegas is een illusie, een luchtspiegeling in de woestijn waarvan menig bedrogen terugkeerde. In Vegas zingen de Sirenes veel te luid, maar dat kan de pret niet drukken.
De Antwerpse fotograaf Jimmy Kets (Lier, 1979) bezocht Las Vegas om er op zoek te gaan naar beelden en naar zichzelf. Hij maakte net een moeilijke periode door waardoor het dwalen door het decor van fake en lust een existentiële betekenis kreeg. Een selectie beelden uit deze zwerftocht is nu te zien in de nieuwe ruimte voor fotografie ‘Stieglitz 19’ in Antwerpen. Dries Roelens tracht er in zijn galerie ondermeer Belgisch talent te promoten en geeft edities uit tegen zeer betaalbare prijzen.
Opvallend is dat Kets voornamelijk opereerde aan de rand van de stad of aan de zij- en achterkanten van de protserige gebouwen. Slechts op één beeld zien we het interieur van een casino. Een oudere gezette dame zit voor een jackpot automaat. Naast haar staat een wagentje met daarop een grote metalen gasfles, een plastiek slangetje verdwijnt in haar richting. Aan zuurstof geen gebrek. Een ander beeld werd letterlijk gemaakt op de grens van Vegas en de dorre woestijn. Op een enorm reclamebord lezen we “Need 500$ to stay in Vegas another day?”, een foto van een callgirl met diepe decolleté op het bord kijkt verleidelijk en niets verhullend toe. Lust and lost in the desert. Verder zien we afval, een verlaten zwembad bij nacht of een lege vitrine. Een plastieken paard lijkt verdwaald op een verlaten parking. Naast al het uiterlijk vertoon in Vegas is er vooral diepe eenzaamheid en daarin heeft de fotograaf zich duidelijk herkend.
Bert DANCKAERT
‘Las Vegas Blues’ van Jimmy Kets loopt tot 26 april in ‘Stieglitz 19’, Arthur Goemaerelei 19, 2018 Antwerpen. Open op vrijdag van 16 tot 18u en op zaterdag en zondag van 14 tot 18u (en op afspraak). Web: www.stieglitz19.be.

Uit 'Las Vegas Blues' van Jimmy Kets
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert zo, mei 17, 2009 18:22:39Klik hier voor meer fototeksten van Bert Danckaert
Fotofeest van ‘hoge’ en ‘lage’ kunst
Met de editie 2009 van het Internationaal Fotofestival van Knokke-Heist willen de organisatoren een nieuwe weg inslaan. In plaats van te kiezen voor de populistische beeldcultuur die we op vorige edities overvloedig voorgeschoteld kregen, werd samenwerking gezocht met gereputeerde curatoren uit binnen- en buitenland om het niveau op te krikken. Naast een ruim gamma van tentoonstellingen, worden lezingen, symposia en cursussen georganiseerd. Terwijl enerzijds de lat opmerkelijk hoog werd gelegd, blijven anderzijds de (lokale) fotoclubs ruim vertegenwoordigd waardoor een gevaarlijke kloof ontstaat tussen de zogenaamd hogere en lagere cultuur.
Het Internationaal Fotofestival van Knokke-Heist is ontstaan uit een wedstrijd voor de beste humorfoto als onderdeel van het cartoonfestival. 1979 was het. Van digitale fotografie was er nog geen sprake, evenmin van de fotomusea van Antwerpen of Charleroi. Het Vlaamse land was nog bezaaid met donkere kamers en in de talrijke fotoclubs kwamen vooral mannen samen die jassen droegen met wel honderd zakjes om er in de zoemende warmte van de projector naar mekaars kleurendia’s te kijken. De wereld is veranderd. Dia’s werden jpg’s, donkere kamers computerschermen en projectoren veranderden in beamers.
Carrousel
Met een knipoog naar de diaprojector in de huiskamer of lokale fotokring werd de centrale expo ‘Still / Moving / Still’ opgezet. De Duitse curator Marc Glöde selecteerde tientallen actuele en historische kunstenaars die de diaprojectie als medium gebruik(t)en. Glöde is filmwetenschapper, curator en criticus. Hij is sinds 2001 co-directeur van het Wild Walls festival (Berlijn, Los Angeles, Londen en New York) en is verantwoordelijk voor de filmprogrammatie van Art Basel. Met Glöde haalde het Internationaal Fotofestival van Knokke-Heist een zwaargewicht in huis die een complexe maar intelligente tentoonstelling uitbouwde, verspreid over twee locaties.
In cc Scharpoord is de tentoonstelling opgebouwd tussen het werk ‘1969-2005’ van Billy Sullivan en het recente werk ‘Homer’ van Pablo Pijnappel. Op drie schermen bouwt Sullivan een beeldend narratief dat door muziek wordt ondersteund. Het autobiografische karakter doet sterk denken aan de slideshows van Nan Goldin. Pablo Pijnappel combineert in zijn installatie ook drie diaprojecties met geluid maar hier gaat het over een gesproken verhaal. Literatuur wordt uitgespeeld tegenover het beeld waardoor juist de onmogelijkheid van de foto als narratief wordt onderlijnd. Terwijl we het verhaal horen, zien we beelden van een stad of een besneeuwd landschap. De tekst vertelt terwijl de foto beschrijft.
Tussen deze twee uitersten loopt de expo o.m. langs historisch werk van Denis Oppenheim. Het werk ‘Sleeping Dog / Dead Dog’ toont op vier schermen telkens een foto van een liggende hond. Een droge stem zegt achtereenvolgens ‘Sleeping Dog’ of ‘Dead Dog’. Taal beïnvloedt het beeld in dit werk over context en betekenis. Wat verder staat de bescheiden dia-installatie van Anthony McCall ‘Miniature in Black and White’ uit 1972. Heel snel verschijnen en verdwijnen felle lichtbeelden op klein formaat tegen een matglas. Nabeelden, herinnering en herkenning zijn de constanten in dit kleine bombardement op het netvlies.
De Duitse kunstenaar Mischa Kuball gebruikt de diaprojector dan weer om abstracte geometrische patronen als lichtvlekken op de wand te laten verschijnen. Het luik van ‘Still / Moving / Still’ in cc Scharpoord is kleiner, gevarieerder en daarom makkelijker verteerbaar dan het vervolg van deze expo in de Lagunahal waar de veelheid aan flitsende en draaiende carrousels op de duur veel van de toeschouwer vergt. Toch zijn ook hier een aantal pareltjes en historische schatten te ontdekken. Denk maar aan het bekende ‘Homes for America’ van Dan Graham uit 1966 of het subtiel absurdistische werk ‘Light Switch’ van Ceal Floyer: in een hoekje van de expo staat een projector tegen de wand en projecteert op ware grootte een lichtschakelaar. Het maakt meteen duidelijk hoe efemeer al deze projecties en installaties zijn, ontastbaar licht, een illusie en eens de projector uitgeschakeld, blijft er niets over.
Speedboten
Totaal onbegrijpelijk is dat deze diepgravende expo op hoog internationaal niveau doorloopt in de ruimtes die voor de lokale fotoamateurs werden voorzien. In cc Scharpoord is dat de benedenverdieping waar de expo Photo View loopt met een overzicht van fotografische clichés en flauwe imitaties. In de Lagunahal is het zo mogelijk nog erger met de expo Diagonaal. Wanneer je verdwaasd van de enorme hoeveelheid diaprojecties van ‘Still / Moving / Still’ komt, word je getrakteerd op enkele fraaie natuuropnamen of kleurrijke beelden van speedboten. Guillaume Bijl had het niet mooier kunnen bedenken, helaas betreft het hier geen concept maar een organisatorische vergissing (compromis?). Het spreekt voor zich dat de lokale amateurs een plek verdienen op dit festival, maar wat je draait uit een kauwgomballenbak leg je ook niet naast het goud van de juwelenwinkel. Daar bewijs je beide partijen – en zeker de toeschouwer - geen dienst mee. Bovendien valt er in het amateurcircuit veel meer kwaliteit te destilleren dan wat hier gesuggereerd wordt. Slechts hier en daar springt er een werk uit zoals de foto uit een serie over de Joodse gemeenschap van Dan Zollmann, de mensen achter het matte glas van bushokjes van Danny Breckpot, het Aral tankstation bij nacht van Sus Bogaert of de gesloten vakantiehuisjes uit de serie ‘Off-Season’ van Felix Timmermans. Het was wellicht een beter idee geweest om de sterke expo van Glöde in één ruimte te tonen en een betere selectie van amateurs in de andere.
Fotosoepje
Ook in cc Scharpoord loopt ‘Texte et Photos’ over de foto’s van Marcel Broodthaers (1924-1976). Dit luik valt mee onder de paraplu van het andere kustfestival, Beaufort 03. In samenwerking met de weduwe van Broodthaers, Maria Gilissen, werd een aantal foto’s geselecteerd en aangevuld met krantenartikels, handgeschreven teksten, notities en objecten. Broodthaers werkte in de jaren ’50-’60 als journalist voor kranten en tijdschriften en maakte vaak zelf de foto’s bij zijn stukken. Ook portretteerde hij vooraanstaande kunstenaars uit zijn tijd zoals René Magritte, Pol Bury, Rik Poot of Ossip Zadkine. Ook Broodthaers’ bekende fotowerk ‘La Soupe de Daguèrre’ uit 1975 is er te zien. 12 schreeuwlelijke kleurenfoto’s tonen diverse soorten groenten en vis als basisingrediënten voor een bizar fotosoepje. Er zijn foto’s van betogingen tegen de Amerikaanse bezetting in Vietnam te zien, beelden uit de verschillende steden waar de kunstenaar verbleef, opnamen van dieren of van een ballonvaart te Vilvoorde in 1957. Deze expo is een belangrijke toevoeging aan de biografie van één van de belangrijkste Belgische kunstenaars van de tweede helft van de 20ste eeuw. Voor de achteloze bezoeker die niet vertrouwd is met het werk van Broodthaers zal het bezoek aan deze tentoonstelling op zijn minst een vreemde ervaring zijn.
Veronica’s
Bij de watertoren van Duinbergen maakte curator en medewerker van dit blad, Erik Eelbode de tentoonstelling ‘Veronica’s’. De expo is een eerbetoon aan fototheoreticus Dirk Lauwaert. Veronica (afgeleid van vera ikon, een ‘waar’ of ‘echt’ beeld) wiste - volgens het apocriefe verhaal - het gelaat van Jezus af op zijn lijdensweg naar Golgotha. De afdruk ervan zou op de wade bewaard gebleven zijn. Zo ontstond meteen één van de scheppingsmythes van het fotografische beeld. Net zoals Veronica nooit bestaan heeft, is de zoektocht naar ‘echte’ beelden een op voorhand verloren zaak. Toch doet Eelbode een poging en brengt werk samen van Dominique Somers, Dirk Braeckman, Craigie Horsfield, Martin Arnold, Elias Grootaers, Marc Trivier en een verzameling stille filmfragmenten uit een lezing van Dirk Lauwaert. Wat deze beelden met elkaar gemeen hebben, is dat ze afstand nemen van de foto als momentopname en de uitdrukking zijn van de verwerking van een langdurig tijdsverloop. Een ontdekking op deze expo is de documentaire filminstallatie van Elias Grootaers over illegalen in de haven van Zeebrugge.
Zwin
In samenwerking met FotoMuseum Antwerpen stelde Inge Henneman de tentoonstelling ‘Aangespoeld / Washed Ashore’ samen met werk van twee jonge Belgische fotografen Ben Van den Berghe (1985) en Glenn Geerinck (1984). De expo loopt in het Museum van de Zwinstreek en neemt het natuurgebied als uitgangspunt. Beide fotografen gaan om met heden en verleden wat zich uit in een analyse van architectuur en landschap waarin de (oude) duiven- en (actuele) golfsport een prominente rol speelt. Op een van de foto’s zien we de rand van Knokke-Heist, waar de cultuur overgaat in het duinlandschap. Een golfwagentje staat geparkeerd onderaan het beeld dat bij nader inzicht honderden witte golfballetjes verbergt, wellicht verloren geslagen tijdens het beoefenen van deze steeds populairder wordende elitesport. Een ander mooi werk bestaat uit een scherm dat in de wand van de expo is ingewerkt en toont een film van vier duiven in een kistje, geplaatst in de koffer van een auto. Het is een haast stilstaande film over een verdwijnende hobbycultuur.
Verder zijn er op het festival tal van kleinere presentaties in de plaatselijke galeries en het project ‘Photocity’ met werk van jonge kunstenaars op verschillende locaties. Vanaf 10 mei komt World Press Photo het fotofeest vervolmaken.
Bert DANCKAERT
Het Internationaal Fotofestival van Knokke-Heist loopt tot 7 juni op verschillende locaties. Dagelijks open van 10 tot 19u (op zondag 7 juni zijn de tentoonstellingen in cc Scharpoord enkel geopend van 14 tot 19u). Tickets zijn verkrijgbaar voor 8 euro in cc Scharpoord, Meerlaan 32, Knokke-Heist. Combiticket Fotofestival – Beaufort 03: 10 euro. Alle info: www.fotofestival.be
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert za, april 18, 2009 13:31:37Klik hier voor meer teksten van Bert DanckaertDe afgelopen jaren legde Charlotte Lybeer zich toe op het fotograferen van afgesloten, gecontroleerde architecturale omgevingen zoals gated communities, shopping centers en themaparken. In deze plekken staat de illusie van veiligheid en gedroomd geluk centraal. Sinds het failliet van het communistisch model lijkt nog slechts één doctrine onze moderne samenleving te sturen en het zijn precies de tempels van consumptie die Charlotte Lybeer aan haar fotografisch onderzoek onderwerpt.
Lybeers meest recente reeks, ‘Dubai Inc.’ wordt momenteel getoond in de foyer van de Brusselse Beursschouwburg. Negen kleurenfoto’s op relatief groot formaat (80 cm x 120 cm) tonen het Las Vegas van het middenoosten waar waterpretparken, luxehotels en megalomane lunaparken de honger naar westerse leegte moeten stillen. Vooral de cultuurclash levert in dit werk de meerwaarde: gesluierde vrouwen en mannen met tulbanden in witte gewaden bevinden zich in een schijnbaar uit karton opgetrokken wereld waar ze gamen, geld uit een automaat halen of in een zwembad ronddobberen terwijl op de achtergrond de echte zee en een staalblauwe hemel al even fake lijken.
Het is schrijnend te moeten vaststellen dat exotisme een onmogelijk begrip is geworden en dat tegenwoordig elke Bosjesman of Aboriginal gsm’end door het leven gaat. Het vreemde bestaat niet meer, Global Village heeft alles beschikbaar en nabij gemaakt terwijl de wereld is herschapen in een afspiegeling van commercials, films of games. De kloof tussen de virtuele en de echte wereld is haast onbestaand geworden waardoor onze levens op private soaps zijn gaan lijken.
Op één van Lybeers foto’s zien we een vrij gezette Emiraatse vrouw met hoofddoek. Haar grote handtas verraadt dat ze op het punt staat om veel geld uit te geven. Ze staat voor de muur van een shopping paleis met daarop een muurschildering van een rennende jonge westerse vrouw, het haar dartel in de wind. Waar rent ze naar toe?
Bert DANCKAERT
‘Dubai Inc.’ van Charlotte Lybeer loopt tot 25 april in de foyer van de Beursschouwburg, A. Ortsstraat 20-28, Brussel. Open van woensdag tot vrijdag van 13u tot 18u en 1 uur voor de betalende activiteiten van de Beursschouwburg.

'New York' van Charlotte Lybeer, uit de serie 'Dubai Inc.'
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert za, maart 28, 2009 18:23:18Klik hier voor meer teksten van Bert DanckaertWat ver is, is mooiArtistieke duizendpoot Jean Bernard Koeman maakte onlangs een boek met een verzameling reisfoto’s. Reizen is Koemans tweede natuur en de afgelopen 20 jaar bezocht hij menig uithoek van deze planeet. Met zijn camera maakte hij notities en plukte hij souvenirs, zonder pretentie. We zien uitgestrekte lege landschappen, al dan niet met sporen van menselijke aanwezigheid. We zien neushoorns in Zuid-Afrika en de sneeuw van Zwitserland. Een partijtje snooker op straat in de buitenwijken van Beijing gaat naadloos over in een straatbeeld met politieke affiches in Jericho, Palestina.
Het werk in ‘Everything Beautiful is Far Away’ werd zonder artistieke ambities gefotografeerd maar wordt nu wel als kunstenaarsboek gebundeld in een zeer verzorgde publicatie. De foto’s werden noch chronologisch noch geografisch bij mekaar gebracht, het boek is een intuïtieve en associatieve wandeling doorheen de vele ervaringen die Koeman had tijdens zijn zwerftochten.
Sinologe Els Silvrants-Barclay - die in Beijing woont en het boek mee produceerde - schrijft in haar tekst in ‘Everything Beautiful is Far Away’ over de traditionele shanshui landschapsschilderkunst die sterk verschilt van de Europese visie waarbij de schilder met zijn ezel in het landschap plaatsneemt om er een zo getrouw mogelijke kopie van te maken. De shanshui (letterlijk ‘berg’ en ‘water’) daarentegen was nooit als realistische afbeelding bedoeld. Het is de ervaring van het landschap op de kunstenaar die hier centraal staat. In de shanshui wordt het landschap het vehikel voor een poëtisch idee. Op het eerste gezicht lijkt dat haaks te staan op de fotografische getuigenissen die Koeman de afgelopen twintig jaar bij mekaar fotografeerde: fotografie kan immers niet anders dan de realiteit kopiëren, vanop één plaats en op slechts één moment. Toch weten we dat foto’s een stuk complexer zijn; de reden waarom iemand net op dat moment vanop die bepaalde plek een foto schoot, legt de geschiedenis van het beeld en zijn maker bloot. Ook de montage van de beelden als losse flarden (en niet als narratief parcours) ondersteunt de shanshui-gedachte achter Koemans beeldenverzameling.
Ironisch stelt Koeman dat het ‘recht op de verten’ zou moeten opgenomen worden in de universele verklaring van de rechten van de mens. Die verten leggen een soort parallelle ervaring bloot, alsof er naast het alledaagse leven nog een andere dimensie bestaat, die geopenbaard wordt door de verplaatsing. Tegelijk relativeert Koeman het verre: op één van de foto’s zien we een witte wolf in de sneeuw. Koeman maakte de foto in de dierentuin van Artis, gelegen naast zijn woning in Amsterdam. Wat ver is, blijkt even relatief als de realiteitswaarde van deze foto’s. Maar dat het mooi is, staat als een paal boven water.
Bert DANCKAERT
‘Everything Beautiful is Far Away’ van Jean Bernard Koeman werd uitgegeven door Timezone 8 en kost 30 euro. Hardcover, 144 blz. ISBN: 978-988-17144-9-7

Uit 'Everything Beautiful is Far Away' van Jean Bernard Koeman
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert wo, februari 04, 2009 10:01:52Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Tekens van een afbrokkelende grootmacht
Na de internationaal opgemerkte publicaties ‘Sun City’, ‘Alzheimer’ en ‘Coney Island’ is de Duitse fotograaf Peter Granser (Hannover, 1971) al aan zijn vierde fotoboek toe. ‘Signs’ is wellicht zijn meest complexe en meest politieke fotoserie. Schijnbaar observerend levert Granser een scherpe kritiek op de hedendaagse habitat van de actuele cowboy in de staat Texas waar George Bush opgroeide en John F. Kennedy werd vermoord.
Nu we weten dat Barack Obama Amerika’s volgende president zal worden, kunnen we min of meer gerust afscheid nemen van zijn illustere voorganger George Bush die eigenlijk nooit president had mogen zijn: zoals u zich ongetwijfeld herinnert, kwam hij 8 jaar terug op bijzonder dubieuze wijze aan de macht en sleurde hij de hele wereld mee in de paranoïde beeldvorming van de ‘as van het kwade’ met als orgelpunt van zijn megalomane machtsvertoon de vernietiging en destabilisering van Irak met ontelbare gesneuvelden en gewonden als gevolg.
Op het keerpunt van een zich hertekenende wereldorde trok de Duitse fotograaf Peter Granser naar het Amerikaanse zuiden om er sporen van het diepgewortelde conservatisme bloot te leggen. In verschillende reizen legde Granser zowat 20.000 km af dwars door de staat Texas, bekend om zijn olievelden, ranches en godsvruchtige bewoners.
‘Signs’ bloklettert de vuilwitte cover. Het eerste beeld in het boek illustreert het idee achter de titel: in een weinig betekenisvol landschap staat een bord met een pijl en het woord ‘Signs’. Waarnaar de pijl wijst weten we niet maar Granser maakt ons wel duidelijk dat wat volgt in het boek ‘tekens’ zijn, verwijzingen naar een - buiten het beeld liggende - realiteit en geschiedenis. Ook letterlijk staat dit boek vol met tekens in de vorm van commerciële boodschappen, politieke en religieuze plakkaten en Amerikaanse vlaggen. Gransers stijl is licht afstandelijk, beschouwend en kleurrijk. Daardoor lijkt het werk objectief en documentair, terwijl de fotograaf net een zeer persoonlijk (politiek) standpunt inneemt.
Waar Granser in ‘Sun City’ en ‘Coney Island’ vooral een ironische toon hanteerde, wordt het in ‘Signs’ veeleer cynisch en bitter, hoewel heel wat beelden bijzonder (pijnlik) grappig zijn. Zo zien we een klaslokaal in een militaire instelling, twee klokken geven de tijd in Texas en Irak aan. Daaronder een maagdelijk wit schoolbord met in de rechter onderhoek een kindertekeningetje van een lachend meisje. Alsof de officier die hier les in oorlogsstrategie moest geven het ook even niet meer wist. De oorlog is sluimerend aanwezig doorheen het hele boek. ‘Job well done’ werd met plastic bekertjes in een omheining gevormd terwijl we op de achtergrond met oorlogsmaterieel volgestouwde containers zien. In een akelig lege sportzaal hangt in enorme letters ‘Welcome Home’. Slechts twee vrouwen wachten er met hun baby’s op hun al dan niet terugkerende oorlogshelden.
Op een andere foto zien we een billboard met de tekst: ‘Big bang theory, you’ve got to be kidding God’. Nog een ander beeld werd gemaakt in de aanloop naar de presidentsverkiezingen: een oranje bord staat midden in een braakliggend terrein en zegt ‘Never Hillary’. De knutselaars van deze boodschap kregen gelijk, maar of ze gelukkiger zijn met de komst van Obama is wel zeer de vraag.
Met ‘Signs’ voegt Peter Granser een mijlpaal toe aan zijn al indrukwekkende palmares. Dit boek neemt een cultuur in verval onder de loep, een afbrokkelende grootmacht op een scharnierpunt in de wereldgeschiedenis.
Bert DANCKAERT
‘Signs’ van Peter Granser werd uitgegeven door Hatje Cantz en kost euro 39,80. ISBN 978-3-7757-2157-8.

Uit 'Signs' van Peter Granser
RandverschijnselenGeplaatst door Bert Danckaert za, december 13, 2008 12:32:51
Bert Danckaert verbleef van 26 oktober tot 9 november 2008 in Kaapstad om er te werken aan zijn fotografieproject 'Simple Present' over het effect van globalisering op de alledaagse urbane ruimte.
Simple Present is een fotografisch onderzoek naar de psychologische, sociale, politieke en esthetische betekenis van het begrip achteloze ruimte.
Tegen de achtergrond van Obama's verkiezingsoverwinning kon je Bert Danckaerts gedachten en ervaringen live volgen op zijn blog vanuit Kaapstad.
Lees
hier mee.
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert wo, december 03, 2008 17:38:26
Annie Leibovitz in Londense Portrait Gallery (foto Bert Danckaert)
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Glamourfotografe geeft zich bloot
Annie Leibovitz (Connecticut, 1949) maakt al bijna 40 jaar foto’s van de celebrities van deze wereld. Aanvankelijk voor het magazine Rolling Stone, later volgden Vanity Fair en Vogue. Hoewel haar foto’s maatschappijbevestigend, kritiekloos en glad zijn, behoren ze tot het kruim van de actuele beeldcultuur en hebben ze ontegensprekelijk een grote impact op de beeldvorming en geschiedschrijving van onze tijd.
Wie kent er niet de foto van de naakte John Lennon in foetushouding aangeschurkt tegen Yoko Ono of het beeld van Whoopi Goldberg in een ligbad vol melk? Ook de Vanity Fair cover van de hoogzwangere - en toenmalige vrouw van Bruce Willis - Demi Moore kan u moeilijk ontgaan zijn, het icoon maakte zowel Moore, Leibovitz áls Vanity Fair onsterfelijk; de oplage piekte van 800.000 naar meer dan een miljoen verkochte nummers. Het is duidelijk dat Leibovitz in dienst werkt van het establishment en de commercie. Toch toont de alom geprezen fotografe zich in de tentoonstelling ‘A Photographer’s Life, 1990-2005’ ook van een meer kwetsbare kant met een selectie privéfoto’s van haar ouders, kinderen en levenspartner Susan Sontag. Twee haast niet te combineren werelden - die van de uiterst gecontroleerde tableaus en die van de spontane getuigenis van haar persoonlijke leven - vallen samen in de expo. Of zoals Leibovitz het zelf stelt: “I don’t have two lives. This is one life, and the personal pictures and the assignment work are all part of it.”
Autovenster
Als kind was Annie vaak ‘on the road’ met de familie Leibovitz, haar vader was militair en werd van kazerne tot kazerne verplaatst. Door het venster van de auto zag ze de wereld voorbijglijden. Zo ervoer ze de werkelijkheid afgebakend door een kader. Het zou haar verdere leven bepalen. Als jonge fotografe keek ze aandachtig naar het werk van de grootmeesters van de straatfotografie. Van Cartier-Bresson leerde ze het beeld structureren terwijl Robert Frank Leibovitz attent maakte op het autobiografische standpunt. In 1970 kwam ze terecht bij het pas opgerichte blad Rolling Stone waar ze meteen grote kansen kreeg. Ze maakte onder meer portretten van Jonh Lennon of volgde een tour van de Rolling Stones (en hield er een drugverslaving aan over waarvoor ze in behandeling ging in een afkickcentrum). Ze volgde de vredesbeweging en het aftreden van president Nixon. Vanaf 1973 werd ze chef fotografie van het blad en toen ze in 1983 haar overstap maakte naar Vanity Fair had ze niet minder dan 142 covers op haar naam staan. Gaandeweg werd haar stijl meer gecontroleerd en werkte ze in kleur, met artificieel licht, omringd door een leger van stillisten en decorateurs.
Intiem
De expo in de Portrait Gallery slaat heel die vroege periode over en begint in 1990, vanaf de befaamde cover van Demi Moore. Over de eerste twee decennia verscheen immers al een retrospectieve publicatie ‘Photographs Annie Leibovitz 1970-1990’. Het grote verschil met die eerste retrospectieve is dat Leibovitz nu een ruime selectie persoonlijke foto’s aan het opdrachtenwerk toevoegde. Zo krijg je op de tentoonstelling een bizarre mix van foto’s van presidenten (Bill Clinton, George W. Bush), acteurs (Leonardo DiCaprio, Brad Pitt,…), kunstenaars (Matthew Barney, Cindy Sherman, …) en daartussen meestal klein afgedrukte zwart-witfoto’s van Leibovitz ouders, haar drie kinderen en indringende foto’s die haar relatie met Susan Sontag belichten. In de privéfoto’s zijn we getuige van luchtige en zware momenten. We zien de aftakeling en dood van haar vader in 2005 en ook heel wat beelden van Susan Sontag die sinds de jaren ’90 aan kanker leed en uiteindelijk stierf in 2004. In tegenstelling tot de kille tot-eer-en-glorie-statieportretten van de ontelbare beroemdheden krijgen we hier inzicht in de meest intieme kring rond de fotografe. We zien Sontag in bad of op het bed, haar geamputeerde borst amper verhullend. Eén foto werd door Susan Sontag gemaakt: ze toont de zwangere Leibovitz, haar borsten zijn gezwollen, ze heeft cellulitis op het achterwerk. Alle schoonmaakoperaties blijven hier achterwege, het is alsof Leibovotz met deze ‘late-carreer-retrospective’ wil tonen dat er onder het pantser van de glamourfotografe een kwetsbaar leven zit en dat er door haar aderen geen siliconen maar echt bloed stroomt.
Allemaal beelden
Toch zullen we Annie Leibovitz blijven herinneren als de Edward Steichen van haar tijd: op en top professioneel maar te reactionair om potten te breken. Haar werk sluit perfect aan bij hofschilders als Velázquez, Rubens of Van Dijck; ook zij moesten het moeilijke evenwicht bewaren tussen artistieke consequentie én het ego bevestigen van de opdrachtgever van wie ze financieel afhankelijk waren. Het grote verschil is dat de kunst zich vandaag heeft losgemaakt van kerk en staat en in zogenaamde vrijheid rondtolt in haar eigen autonomie - of reservaat. Terwijl andere beeldenmakers – vaak door kunstenaars met de nek aangekeken – ter ondersteuning werken van producten, imago’s of magazines. Het is zeer de vraag of de sociologische iconografen uit pakweg het jaar 2500 enig onderscheid zullen maken wanneer zij de uiteenlopende beelden uit de 21ste eeuw aan hun onderzoek onderwerpen.
Bert DANCKAERT
‘Annie Leibovitz: A Photographer’s Life, 1990-2005’ loopt tot 1 februari 2009 in de National Portrait Gallery, St Martin's Place London. Alle dagen open van 10 tot 18u, op donderdag en vrijdag tot 21 uur. Toegang 14/11,5 euro.
Met dank aan www.eurostar.com
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert do, oktober 16, 2008 11:39:21klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Zuiver formalisme, pure inhoud
Ray Metzker (Milwaukee, V.S., 1931) is een belangrijke vertegenwoordiger van de Amerikaanse naoorlogse fotografie. Hoewel bij ons minder bekend, heeft Metzker in de V.S. een meer dan behoorlijke staat van dienst met solotentoonstellingen in ‘s lands grootste musea. De recente publicatie van een overzichtsmonografie ‘Light Lines’ bij uitgeverij Steidl (in samenwerking met het Musée de l’Elysée te Lausanne) moet Metzker ook in Europa zijn verdiende positie in de fotogeschiedenis geven. Momenteel is een bescheiden - maar absoluut aan te raden - presentatie van zijn werk te zien in de Antwerpse galerie 51 Fine Art Photography.
Metzker studeerde tussen 1956 en 1959 aan het Art Institute of Chicago dat jaren daarvoor bekend stond als het New Bauhaus. Het experimentele karakter van avant-garde fotografen uit het interbellum (zoals dat van New Bauhaus oprichter László Moholy-Nagy), leeft duidelijk voort in Metzkers werk: de foto’s zijn een voortdurend spel met de grammatica van de fotografie. Die deconstruerende natuur uit zich enerzijds in montages, dubbelopnamen en donkere kamermanipulaties. Anderzijds – en daar komt het meesterschap van Metzker tot uiting – is er zijn zuivere fotografische interpretatie van reële gegevens wat zich uit in een strikt formele benadering van de straat. Balancerend op de grens van de abstractie verwerkt hij trottoirs, reclameborden auto’s en figuren tot een expressieve beeldtaal die wars is van elke maatschappijkritiek – in tegenstelling tot wat we uit die tijd gewoon zijn van Amerikaanse straatfotografen zoals Garry Winogrand of Lee Friedlander. Ray Metzkers foto’s worden een realiteit op zich, zij het gedestilleerd uit het werkelijke straatleven. Sommige van zijn foto’s lijken sterk op de schilderijen van Koen Van Den Broek maar dan donker, op klein formaat en zonder kleur.
Telkens speelt Metzker met het contrast tussen licht en donker dat in het zilver van de traditionele prints prachtig tot uiting komt, zeker in de vintage prints die momenteel bij 51 Fine Art Photography te zien zijn. De uitgepuurde vorm, het grafisch lijnenspel en de verrassende compositorische wendingen zijn haast muzikaal en leveren bijzonder emotionele beelden op. In tegenstelling tot de gemanipuleerde foto’s ontstaat er bij de zuivere waarneming een geladen spanning tussen wat er was (en wat wij allemaal dagelijks waarnemen in de straten van deze wereld) en de schijnbaar eenvoudige transformatie die de fotograaf er op toepast. De manipulatie is in deze beelden gecamoufleerd en ingehouden, uit zich niet als kunstgreep maar als een simpele observatie. Het lijkt paradoxaal maar deze pure fotografie staat dichter bij de schilderkunst dan de in de donkere kamer gemanipuleerde foto’s. Zo legt Metzker nog eens bloot dat schilderkunst ook een mentaal proces is dat weinig te maken heeft met verf en canvas. Net zo min als pixels, korrel of printpapier de essentie van fotografie raken.
Bert DANCKAERT
‘Light Lines’ van Ray Metzker werd uitgegeven door Steidl. Hardcover, 288 blz met 180 triotone afbeeldingen. 50 euro. ISBN: 978-3-86521-387-7, www.steidlville.com
De tentoonstelling ‘Between Light and Lines’ van Ray Metzker is nog tot 11 oktober te zien in 51 Fine Art Photography, Zirkstraat 20. Open van dinsdag tot zaterdag van 13u tot 18u30. www.gallery51.com
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert do, oktober 16, 2008 11:37:42Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Hannah Starkey
Het eerste boek van de Britse fotografe Hannah Starkey (Belfast, 1971) geeft een overzicht van foto’s van de afgelopen tien jaar. Starkeys geënsceneerde kleurenbeelden zijn gebaseerd op haar ervaringen als jonge vrouw in de hedendaagse grootstad. Het uitgesproken narratieve karakter en de door de enscenering uitgelokte verwijzing naar de cinema bepaalt de typische atmosfeer van haar werk.
Starkey koppelt de fotografie los van de getuigenis van een waar gebeurd feit en gebruikt het medium veeleer als een middel tot constructie. Dat standpunt komt vaak terug in de recente fotografie, denk maar aan het werk van Jeff Wall, Gregory Crewdson of Philip-Lorca diCorcia die in hun werk telkens van een soort scenario vertrekken dat nauwkeurig in beeld wordt gebracht en waarbij de personages geen achteloze passanten zijn maar geselecteerde en zelfbewuste acteurs. Door de prominente rol die de vrouw toebedeeld krijgt in Starkeys foto’s is de herinnering aan het vroege werk van Cindy Sherman ook nooit ver weg, hoewel Starkeys foto’s nooit strikt conceptueel worden. Haar keuze om bijna uitsluitend vrouwen af te beelden is niet het gevolg van een zuiver feministisch standpunt maar komt eenvoudigweg voort uit het feit dat ze vertrekt van haar eigen (vrouwelijke) positie in de samenleving.
Telkens toont Starkey ons herkenbare situaties, meestal gebeurt er weinig spectaculairs. Een jonge vrouw raakt haar spiegelbeeld aan in een cafeetje en wordt daarbij bekeken door een oudere dame die koffie drinkt. Op een andere foto zien we een echtpaar van middelbare leeftijd verpozen aan de rand van hun riante zwembad. De man staat op het punt een duik te nemen en zal onvermijdelijk de schitterende reflectie van hun omgeving (en hun leven) uit elkaar doen spatten. Nog een foto toont een blonde jonge vrouw – we zien alleen haar achterkant – die door het beregende venster van een goedkoop restaurant naar buiten staart. Voor haar ligt een paarse aansteker. De elementen lijken arbitrair maar zijn wel degelijk beredeneerd en gecontroleerd. Door het subtiele spel van de schijnbare vanzelfsprekendheid van de situaties en de licht voelbare pose en constructie, krijgen deze gewone dingen een haast symbolisch karakter. De elementen in Strakeys beelden verwijzen naar de echte wereld maar bevinden er zich niet, ze maken immers deel uit van een fantasie of een gestileerde reconstructie van een herinnering.
De personages zijn telkens geïsoleerd en in zichzelf gekeerd. Starkey lijkt deze figuren te betrappen op een moment waarop ze even opkijken en zich afvragen hoe ze hier terecht zijn gekomen om vervolgens verder te gaan met de beslommeringen van het dagelijkse leven. Zo creëert Starkey een gespannen psychologische ruimte over identiteit en zelfbewustzijn.
Bert DANCKAERT
‘Hannah Starkey Photographs 1997-2007’ werd uitgegeven door Steidl. Hardcover, 124 blz. en 47 kleurenafbeeldingen. 45 euro. ISBN: 978-3-86521-373-0, www.steidlville.com
TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert wo, oktober 01, 2008 18:55:25'Screenworlds' in het Vlaams Parlement, groepstentoonstelling georganiseerd door FotoMuseum Antwerpen.

PublicatiesGeplaatst door Bert Danckaert za, september 13, 2008 11:27:52Book review 'Simple Present - Beijing' on
5b4.

Click here
PublicatiesGeplaatst door Bert Danckaert do, juli 10, 2008 14:13:48Simple Present - Beijing, bespreking door Annick Joossen in Metro van 7 juli 2008:
http://www.potaarde.be/metro.pdf

PublicatiesGeplaatst door Bert Danckaert vr, mei 30, 2008 14:38:09Het nieuwe boek van Bert Danckaert, 'Simple Present - Beijing' wordt voorgesteld op donderdag 5 juni in FotoMuseum Antwerpen. Vanaf 19u30.
Voor het volledige programma, klik HIER
Bestel het boek hier

FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert do, mei 29, 2008 15:20:51Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
De ruimte die ons verbindt
Van de Amerikaanse fotograaf Alec Soth (Minneapolis, 1969) loopt momenteel een uitgebreide tentoonstelling in Jeu de Paume te Parijs. Soths foto’s zijn geworteld in de traditie van fotografen als Walker Evans en bouwen verder op het werk van recentere kleurenvertegenwoordigers zoals Stephen Shore of Joel Sternfeld. Met een 8 x 10 technische camera maakt hij adembenemend scherpe foto’s van gewone mensen, landschappen en interieurs. Een selectie van 80 foto’s op groot formaat biedt een tussentijdse retrospectieve op een carrière die nog maar net op dreef komt.
Na de publicatie van zijn eerste monografie, ‘Sleeping by the Missisippi’ (Steidl, 2004) werd Soth ‘nominee’ bij het befaamde collectief Magnum waarvan hij in 2006 volwaardig lid werd. Zijn tweede boek ‘Niagara’ verscheen in hetzelfde jaar. Onlangs werd zijn derde boek ‘Dog Days Bogotá’ uitgegeven. Met deze serie wordt ook de expo in Parijs aangevat waarna de tentoonstelling verder loopt langs ‘Sleeping by the Missisippi’ en ‘Niagara’. De expo wordt afgerond met het onvoltooide project ‘Portraits’.
Adoptie
‘Dog Days Bogotá’ is een afwijkende serie die niet eens als volwaardig fotoproject gestart werd. In 2002 reisde Alec Soth samen zijn vrouw naar Bogotá in Colombia om er hun geadopteerde baby Carmen Laura op te halen. De administratieve verwerking nam twee maanden in beslag en dus begon Soth met een middenformaat camera de geboortestreek van zijn toekomstige dochter te fotograferen. Portretten worden afgewisseld met landschappen en interieurs die als stillevens lijken te zijn opgebouwd. Hier en daar duiken ook honden op als letterlijke verwijzing naar de ‘dog days’, een term die slaat op de warmste periode van het jaar, in dit geval wellicht te interpreteren als een gespannen afwachten dat veel te lang duurt. Soth slentert door straten van Bogotá en bouwt een intimistische verzameling indrukken op die lezen als een dagboek of als een fotografische brief gericht aan Carmen Laura die haar in een onbestemde toekomst zal bereiken.
Onbereikbaar
‘Sleeping by the Mississippi’ is de serie die Soths internationale doorbraak betekende. Gedurende vijf jaar fotografeerde hij ‘Amerika’s vergeten kust’. Hij reisde langs de oevers van de langste rivier van de Verenigde Staten om er zijn camera te richten op modale bewoners en het landschap van hun habitat. Soths foto’s zijn niet narratief, wel suggereren ze een verhaal over religie, verloren dromen en seksuele verlangens. De onvermijdelijke dagelijkse banaliteit, het gewicht van het gewone, wordt door Soth opgetild tot unieke beelden waarbij de technische volmaaktheid een inhoudelijke meerwaarde betekent. Het trage werkproces van zijn grote technische camera zet de wereld stil in een moment van kijken en bekeken worden. Het aannemen van een pose wordt een existentieel proces, de toevallige ontmoeting tussen fotograaf en subject legt een gespannen diepgang bloot. Soth zegt hierover zelf “The subject is in their space and I’m in mine. It’s remarkable how little a photographic portrait reveals about the subject. You see their eyelashes but you don’t know their dreams. You see the trees but you don’t know their world. When I take a picture of a person, I’m not so much capturing that person as much as I am the space between us.” Misschien kunnen de foto’s van Soth nog het best omschreven worden als beschrijvingen van het onbereikbare, het vacuüm tussen ‘ik’ en ‘de ander’ in de herkenbare alledaagsheid van de wereld.
Goedkope poster
In ‘Niagara’ vormt het water opnieuw de achtergrond van de fotoserie, dit keer niet de kronkelende Mississippi maar wel de romantische watervallen op de grens van de VS en Canada. Opnieuw creëert Soth zijn eigen universum, gebaseerd op de feiten die zijn pad kruisen. Zoals de fotograaf voor ‘Sleeping by the Mississippi’ niet één wolkenkrabber fotografeerde - die toch rijkelijk te vinden zijn in de streek -, zo fotografeerde Soth voor ‘Niagara’ niet één gelukkig gezinnetje dat er met vakantie komt of er halt houdt voor een picknick. Soth gebruikt de enorme watervallen als symbool voor natuurkracht, overtuiging en geloof in het goede. Dat koppelt hij aan gekoesterde dromen en verlangens van pasgetrouwde stellen die er in de vele motels hun huwelijksnacht doorbrengen. Opnieuw verbindt hij het sublieme met het gewone. Naast spectaculaire natuuropnamen van de watervallen (die tegelijk verwijzen naar goedkope posters) toont hij de parkeerplaatsen van de motels, de - vaak naakte – stellen en reproducties van hun liefdesbrieven. In de brieven lezen we clichématige liefdesverklaringen. Er zijn ook afscheidbrieven waar overspel en druggebruik de droom kapotgeslagen heeft. Soth onderlijnt in zijn foto’s dat we allemaal slechts bezig kunnen zijn met dat ene leven dat we hebben, in een poging er het beste van te maken, in voor- en tegenspoed. Op één van de foto’s staat een jonge moeder met haar baby in de armen. Onhandig verkrampt door de lange pose, met plastieken teenslippers en geplaatst in een anonieme buitenwijk zien we alleen onmacht en angst voor de toekomst. En vooral die onbereikbaar lege ruimte tussen de fotograaf en zijn onderwerp.
Bert DANCKAERT
‘L’espace entre nous’ van Alec Soth loopt tot 15 juni 2008 in Jeu de Paume, Place de la Concorde 1, 75008 Parijs. Open van woensdag tot vrijdag van 12 tot 19u, op dinsdag van 12 tot 21u en op zaterdag en zondag van 10 tot 19u. Toegang 6/3 euro.
Soths boeken worden uitgegeven door Steidl: ‘Dog Days Bogotá’, 25 euro, ISBN: 978-3-86521-451-5, ‘Niagara’ is uitverkocht en van ‘Sleeping by the Mississippi’ verschijnt eerdaags de derde druk, 45 euro, ISBN: 3-86521-007-4.

FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert do, mei 29, 2008 15:05:13Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
De smaak van beton
Fotografe Friederike von Rauch (Berlijn, 1967) maakte vorig jaar een fotografische opdracht in en over Brussel. ‘90dagenbrussel’ kreeg een vervolg met ‘90dagenrotterdam’. Von Rauchs foto’s van Berlijn, Brussel en Rotterdam werden gebundeld in een lijvig boek ‘Sites’ en het resultaat van haar Rotterdams verblijf is nu in Brussel te zien in Vlaams-Nederlands Huis deBuren.
Von Rauch vertrekt in haar foto’s van architectuur. Het liefst werkt ze met beton, staal en glas wat haar foto’s zelden kleurrijk maakt. Bovendien overbelicht ze haar beelden lichtjes waardoor een zachte film van licht over de foto’s lijkt te vallen. In de inleiding van Dorian van der Brempt wordt dat licht vergeleken met een ‘fond de teint’ die als poeder op de gebouwen werd aangebracht. Op von Rauchs foto’s is geen mens te bespeuren, hoewel we constant kijken naar menselijke constructies, netjes geordend en nauwkeurig afgewogen door de zoeker van haar 6 x 6 camera. Von Rauch maakt uiterst esthetische foto’s van anonieme bouwsels en situaties, zo tilt ze het banale op tot subtiele abstracties. Nooit manipuleert ze haar beelden en houdt ze vast aan de zuivere analoge fotografie. Haar beelden zijn het gevolg van langzame meditaties en pure waarneming, wars van digitale oppoetsbeurten of Photoshop ingrepen.
Men zou zich kunnen afvragen of deze beelden nog enige uitspraak doen over de steden waarin ze tot stand zijn gekomen. Toch vermeldt von Rauch steeds de plaats van opname en noemde ze haar boek ‘Sites’ en niet ‘Compositions’. Het spannende van dit werk is net de dubbelzinnigheid ervan. Von Rauchs foto’s zijn vaak pure abstracties en toch ook verwijzingen naar echte plaatsen. We herkennen het beton, de industrieterreinen en bouwwerven. We ervaren de stilte van de interieurs en de vele ‘dead ends’. Dit werk heeft minstens zoveel met schilderkunst te maken dan met fotografie: de opeenstapeling van vlakken en materie, de minimalistische uitpuring en de emotionaliteit van de vorm komt louter tot stand door de uitgekiende standpunten, het verwijderen van elke menselijke aanwezigheid en de keuze van het gedempte licht. Daarom zijn von Rauchs foto’s gemaakt en niet genomen; het zijn constructies van het oog en de geest gebruik makend van het toeval dat de visuele omgeving bepaalt.
‘90dagenrotterdam’ bevindt zich op de gevaarlijke (?) grens van zuiver formalisme terwijl het gemaakt is in de wereld die we bewonen. Deze foto’s gaan niet over dorre banaliteit of leggen de focus niet op ‘het oninteressante’ – wat we van de New Topographers uit de jaren ’70 leerden. Het bouwt verder op die onderkoelde visie terwijl het poëzie en formele emotionaliteit (her)introduceert. Von Rauch projecteert zo een interne wereld op de oppervlakte van tactiele objecten en materialen.
Fotografie is - zoals Garry Winogrand het stelde - niet meer dan ‘light on surface’, net zoals schilderkunst niet meer is dan ‘paint on canvas’. Achter die boutade schuilt de magie en dat heeft Friederike von Rauch goed begrepen.
Bert DANCKAERT
‘90dagenrotterdam’ van Friederike von Rauch tot 8 februari 2008 in Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel. Open van dinsdag tot vrijdag van 11 tot 18u. Toegang gratis. Web & virtuele tentoonstelling: www.deburen.eu
Het boek ‘Sites’ werd uitgegeven door Hatje Cantz, ISBN 978-3-7757-2039-7 en kost 39,50 euro.

FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert do, mei 08, 2008 09:39:07<H>ART IMAGE # 35 :: Alec Soth
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Alec Soth (Minneapolis, 1969) is één van de meest in het oog springende nieuwkomers aan het fotografiefirmament. Zijn eerste boek, ‘Sleeping by the Mississippi’, verscheen in 2004. In datzelfde jaar werd hij ‘nominee’ bij het legendarische collectief Magnum. In 2006 kwam de totale doorbraak: Soths tweede boek ‘Niagara’ verscheen, hij werd volwaardig lid van Magnum en hij was één van de ‘shortlisted artists’ voor de prestigieuze Deutsche Börse Prize. Het werk van Alec Soth was te zien in tal van tentoonstellingen waaronder de belangrijke expo ‘Click Double Click’ die ook bij ons te zien was in Bozar.
Vanaf 15 april loopt een tentoonstelling van Alec Soth in Jeu de Paume te Parijs. In het volgende nummer komen we uitgebreid op deze expo terug.
Soth werkt in kleur en met een 8 x 10 camera. Dit grote toestel levert negatieven op van 20 bij 25 cm met een enorme scherpte en tonaliteit als gevolg. Het fotograferen met zo’n technische camera is een traag proces wat op zijn beurt bijdraagt tot het tableau-gehalte van de beelden. Soth prijst zich gelukkig als hij op één dag 1 tot 2 beelden kan maken.
De foto van het meisje in trouwjurk komt uit de serie ‘Niagara’. Deze toeristische trekpleister is hét symbool voor ontembare natuurkracht en romantiek. Heel wat pasgetrouwde stellen beleven er hun huwelijksnacht in één van de vele motels in de buurt. De foto’s van Soth tonen grote dromen van gewone mensen gevat in beelden die het lokale verbinden met het bijzondere.
Bert DANCKAERT
‘L'espace entre nous’ van Alec Soth loopt tot 15 juni in Jeu de Paume, Site Concorde, Place de la Concorde 1, Parijs. Open van dinsdag tot vrijdag van 12 tot 19u, op zaterdag en zondag van 10 tot 19u, dinsdag open tot 21u. Toegang € 6. Web: www.jeudepaume.org

"I fell in love with the process of taking pictures, with wandering around finding things. To me it feels like a kind of performance. The picture is a document of that performance." Alec Soth
PublicatiesGeplaatst door Bert Danckaert vr, mei 02, 2008 19:36:49Coming soon: Simple Present - Beijing
Hard cover, 128 pages, 30 cm x 24 cm - € 30 - isbn: 9789086901791
Text: Jan Blommaert - Design: Kim Beirnaert
Veenman Publishers, June 2008
Order the book here

Special edition:
Book + original archival pigment print on fine art paper (28 cm x 18,67 cm)
Edition of 50 - numbered and signed
€ 200 -
order here
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert wo, april 16, 2008 10:00:02Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
De V.S. onder het vergrootglas
Het gaat niet goed met de Verenigde Staten. De olie raakt stilaan op en president Bush heeft de afgelopen 8 jaar zo veel schade aangericht dat zelfs de meest conservatieve Amerikaan snakt naar vernieuwing. De American Dream werd een nachtmerrie met zelfmoordterroristen en jongens die niet terugkeren uit Irak. In dit verkiezingsjaar leek het voor 51 Fine Art Photography te Antwerpen, het juiste moment om een tentoonstelling te brengen met de V.S. als thema. ‘USA2’ brengt het werk samen van Peter Granser (1971, Hannover) en Kate Schermerhorn (1966, New York). Van Granser wordt een selectie getoond uit ‘Coney Island’ dat in 2006 als boek verscheen. Coney Island is een pretpark aan het strand van New York, opgericht in de 19e eeuw. Onlangs werd het gesloten na meer dan 100 jaar symbool geweest te zijn van luchtig vertier en vrijetijdsbesteding. Op Gransers ironische kleurrijke beelden zien we de attracties, gesloten in de brandende zon. Stranden en dagjestoeristen, mensen op zoek naar hotdogs en frisdrank. De zon schijnt hier voor iedereen, jong en oud, rijk of arm in het schreeuwlelijke van de democratie.
Granser heeft iets met de V.S. In 2003 verscheen zijn boek ‘Sun City’, een stadje in het zonnige Arizona. Om hier te mogen wonen moet je vijfenzestigplusser zijn. Deze ‘closed community’ is de grootste bejaardengemeenschap van de V.S. Gefortuneerde oudjes hokken er veilig samen zonder rumoerige en criminele jongeren. Met Sun City werd Granser internationaal opgemerkt. Ondertussen werkt hij al aan zijn vierde boek, weer zijn de V.S. het onderwerp. In de reeks ‘Signs’ toont hij politiek geladen landschappen, gemaakt in het conservatieve zuiden.
Even ironisch is het werk van Kate Schermerhorn. Op de benedenverdieping van de galerie toont ze een selectie uit de serie ‘La La Land’. Los Angeles is hier het onderwerp. Afwisselend in kleur en zwart-wit zien we absurde scènes. Een reclameaffiche met een blauwe lucht en witte wolken steekt af tegen de echte blauwe lucht. Vier rode telefoons hangen op een rijtje. Behangpapier, een close-up van een tapijt. Deze beelden zijn flarden uit een fake bestaan waar consumptie en amusement de werkelijkheid moeten verdoezelen. De humor in deze beelden krijgt iets beklemmend, zelfs iets pervers: op één van de foto’s zien we een dokterkabinet met onderzoekstafel. De grote televisie met videotoestel en de surveillancecamera’s in de kamer doen vermoeden dat hier iets anders aan de hand is dan geneeskunde. In werkelijkheid is dit een ruimte die kan gehuurd worden om een ‘do-it-yourself-porn-movie’ te draaien. Te gek om te verzinnen, tegelijkertijd grappig en sinister en op en top Amerikaans.
Bert DANCKAERT
‘USA2’ loopt tot 3 mei in 51 Fine Art Photography, Zirkstraat 20, 2000 Antwerpen. Open van dinsdag tot zaterdag van 13u tot 18u30.

Peter Granser, Coney Island
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert wo, april 16, 2008 09:51:43Eerbetoon aan Patrick De Spiegelaere
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Drie nieuwe voorjaarstentoonstellingen werden in het Antwerpse fotografiemuseum geopend. Blikvanger is de retrospectieve expo van reportagefotograaf Patrick De Spiegelaere, in de galerie toont Ria Verhaeghe collages en verzamelwoede terwijl in de multimediazaal Getty Images haar portretfotografen in de picture zet, aangevuld met geupload werk van vrijwillige deelnemers.
Vorig jaar overleed Patrick De Spiegelaere (1961) totaal onverwacht. Hij behoorde tot de top van onze reportagefotografen. Hij begon zijn carrière bij De Morgen, bekend om haar grote aandacht voor kwaliteitsfotografie. Later werkte hij ook voor Knack, de Financieel Economische Tijd, Vacature en De Standaard Magazine. De Spiegelaere reisde vaak, o.a. in opdracht van hulporganisatie Vredeseilanden waarvoor hij reportages maakte in Afrika en Zuid-Amerika. Als portretfotograaf onderscheidde hij zich door zijn sobere en directe stijl, fijngevoelige vormgeving en door het contact met de afgebeelde persoon. Wanneer je de foto’s van De Spiegelaere op een rij zet, krijg je een stuk van onze recente geschiedenis te zien in grote en kleine momenten. Het einde van Sabena, het faillissement van De Morgen, Lernout en Hauspie in vrolijker tijden, Berlijn in de vroege jaren negentig. De bekende nieuwsfeiten van de afgelopen 20 jaar wisselen mekaar af en worden aangevuld door foto’s van modale landgenoten, lokale en verre landschappen, varkens en honden. Niets dan lof en respect voor deze bijzondere fotograaf die ons veel te vroeg verlaten heeft. En toch komen de foto’s van Patrick De Spiegelaere niet tot hun recht aan de wanden van de grote zaal op de eerste verdieping van het fotomuseum. Deze foto’s zijn gemaakt om vast te houden, om te doorbladeren op krantenpapier, met een kop koffie en een goed journalistiek stuk erbij. In het fotomuseum hangen ze wat krampachtig in blokken bij elkaar en verliezen de beelden hun intimiteit. In het mooie boek dat de tentoonstelling begeleidt lukt het gelukkig beter. Na de succesuitgave van het fotoboek Belgicum van die andere De Morgen-fotograaf Stephan Vanfleteren, is dit opnieuw een uitgave van Lannoo.
Op de vierde verdieping loopt ‘Face On’, een expo in samenwerking met commerciële beeldbank Getty Images, die het portret als uitgangspunt neemt. Laagdrempeligheid en oppervlakkige webcultuur is hier het glijmiddel naar nog meer bezoekersaantallen. Nog even en het is constant aanschuiven voor het fotomuseum. Jammer genoeg staat daar een schrijnende leegte tegenover, verpakking zonder inhoud.
Bert DANCKAERT
‘Patrick De Spiegelaere’, ‘Face On’ en ‘Provisoria’ van Ria Verhaeghe lopen nog tot 8 juni 2008 in FotoMuseum Provincie Antwerpen, Waalse Kaai 47, 2000 Antwerpen. Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 17u. Toegang 6 euro. www.fotomuseum.be
Het boek ‘Patrick De Spiegelaere’ werd uitgegeven door Lannoo en kost 39,95 euro, isbn: 978-90-209-7708-0.

PublicatiesGeplaatst door Bert Danckaert vr, april 11, 2008 11:33:16
Poc in FotoMuseumMagazine van FotoMuseum Provincie Antwerpen. Download
hier de pdf.
PublicatiesGeplaatst door Bert Danckaert vr, april 11, 2008 11:28:06
Alone Together, POC groupshow and catalogue, with works from:
Patricia Almeida (Portugal)
Johannes Rompanen, Janne Lehtinen and Ville Lenkkeri (Finland)
Charles Fréger, Marina Gaddoneix, Thomas Humery and Thomas Mailaender (France)
Loan Nguyen and Mathieu Bernard-Reymond (Switzerland)
Goetz Diergarten, Matthias Koch and Peter Granser (Germany)
Rachel Reupke, Adam Thompson, Stephen Hughes and Trish Morrissey (England)
Brigitta Lund (Denemark)
Bert Danckaert (Belgium)
Jasper de Beijer (Holland)
tekst: Didier Mouchel
paperback, 21 x 27 cm, ongeveer 60 foto's in zwart-wit en kleur
uitgave: POC/Veenman 2006
Catalogue of the travelling exhibition here available
POC from the inside
Why are we members of POC? Because we can’t survive as individuals in the artistic world with its sharks and its jealousies? Because we want to use each other’s contacts and experiences? Because we want to network each other up and become individually better that way? Or is it because we recognise and respect each other’s work? Is it the fraternity and the old boy (or girl) feeling? Are we spurred by interactions with peers in an otherwise lonely artist’s universe? Is it because we enjoy getting respect from others? Because we must internationalise or perish? Because we want to bridge the gap between promising young artist and monumental achiever? Is it not a law of nature that the whole is more than the sum of its parts?
To be sure, all of these arguments apply to POC. Whether POC should be seen as a network, a club, a collective, or a family – we don’t know yet. POC is a little bit of all that, and perhaps somewhat of a tribe, as Charles Fréger, the founder of this round table, never ceases to note. Soulmates tend to stick together, regardless of whether they share a passion for tattoos, are young parents or stamp collectors: togetherness stimulates and the institution thus created generates opportunities.
The name ‘Piece Of Cake’ reflects the lightness with which we address the young artist’s mission impossible. For it is no joke to find a budget for making a book, and it is not simple to walk the tight rope between artistic consistency and financial compromise. We too have families who wish to live ‘a normal life’. Some of us thus do some teaching while others are involved in commercial work.
One thing is certain: we all start from the same core business, authentic expression, the way in which we try to examine ourselves and our world through our cameras. Because all of us prefer to do this as efficiently and pleasantly as possible, we created this magic circle. POC is an echo chamber and a mirror, a meeting place and a forum.
At the bottom of all this is the fact that POC stands for old-fashioned and robust romanticism, something like a masons’ lodge, a quality label that we impose (pretentiously and ambitiously) upon ourselves. POC has a complex recruitment procedure and it has a president and a board. In spite of all this, it all remains a piece of cake with a serious dose of tongue in cheek.
Bert DANCKAERT, POC member
www.pocproject.com
PublicatiesGeplaatst door Bert Danckaert vr, april 11, 2008 10:52:40
“Sometimes it is as if everything in these pictures was moving but has come to a sudden halt. Or as if someone threw a handful of objects in the air, like in a children's game, and they landed in an unexpected way – waiting for Bert Danckaert to turn up to photograph them. The situations are ‘everyday’ but the framing removes them from their context and their sense. The funnier the pictures, the more tragic they seem. We are overwhelmed by the ridiculousness of the lives we've created for ourselves. The absurdity creates a crazy sort of theatre.”
Lynne Cohen
Make Sense!, hardcover, 112 pages, 47 images (colour)
Photography: Bert Danckaert
Text: Jean-Louis Poitevin - Lynne Cohen
Graphic Design: Kim Beirnaert
Published by POC
Produced by Netwerk vzw and Project & Project vzw
ISBN: 2-915409-10-2
€ 30
Order the book here
TentoonstellingenGeplaatst door Bert Danckaert vr, april 11, 2008 10:49:01ARQUITECTUTA FANTASMA
Lynne Cohen - Thomas Weinberger - Bert Danckaert - Yehuda Altmann
FOTOGRAFÍA CONTEMPORÁNEA EN TORNO AL ESPACIO Y A LA ARQUITECTURA
Colaboración: Galería Nusser & Baumgart Contemporary. Múnich
27 de febrero – 29 de marzo 2008
Inauguración: Miércoles 27 de febrero 2008, 20.00 h.
Bert Danckaert, Simple Present, 2007
Tras numerosas exposiciones individuales, la exposición Arquitectura fantasma supone la primera exposición colectiva de espaivisor – Galería Visor en su nuevo espacio. Una muestra donde se crea un diálogo entre artistas de la propia galería (Lynne Cohen y Bert Danckaert) y artistas de la galería Nusser & Baumgart Contemporary de Múnich (Thomas Weinberger y Yehuda Altmann).
Arquitectura fantasma intenta revisar la fotografía documental arquitectónica/espacio desde una óptica contemporánea, tanto conceptual como técnicamente; conjugando diferentes formas de interpretar el espacio donde vivimos. A través del medio fotográfico cada uno de estos cuatro artistas realizan un peculiar estudio de lugares heterogéneos habitados por el ser humano y desiertos ante el ojo del espectador. Así, cada uno de ellos muestra una manera de documentar nuestro entorno -interior o exterior- haciéndonos pensar sobre los espacios que incombustiblemente construimos y constantemente transformamos. Sus diferentes formas de evidenciar nuestro entorno dotan a estos cuatro proyectos de una visión irónica, metafórica, reflexiva e espiritual respectivamente de nuestro medio.
La primera apuesta es una de nuestras artistas más representativas, Lynne Cohen (1944, Wisconsin, EEUU; reside en Ottawa, Canadá), quien ya ha expuesto individualmente en Visor en repetidas ocasiones. El trabajo de Cohen discurre siempre por “paisajes interiores” como: clases donde se realizan prácticas de tiro u otras técnicas militares de ataque o defensa, simuladores de vuelo, salas de recepción, balnearios, salas de espera, spas, oficinas y laboratorios en los que, según ella misma dice, “sólo hay un lugar desde el cuál hacer la fotografía, como si un par de huellas de papel estuvieran pegadas en el suelo para indicar el punto desde donde encuadrar la imagen”. Sus sorprendentes interiores -en blanco y negro- se transforman así en una tierra de nadie entendida como un “no lugar” (un espacio en crisis, de puro tránsito, sin dueño ni pobladores) en el que echamos en falta la presencia humana y donde lo más relevante son las ausencias que gritan bajo un silencio aplastante. La frialdad y distanciamiento de sus composiciones pueden ser vistas como un espacio de reflexión, aparentemente neutral, desde donde extraer conclusiones o, al menos, plantear dudas e interrogantes. Sin embargo, Cohen siempre deja un hueco al guiño y a la complicidad con el espectador, utilizando toques humorísticos e irónicos en unas imágenes que de otra forma podrían acusar una excesiva frialdad debido a su acusado anonimato y descontextualización respecto a su entorno. Por el contrario, nuestro reto como espectadores consiste en “leer” sus fotos, encontrar lo que no se ve en ellas y entrar imaginariamente dentro de esos espacios en los que Lynne admite con ironía que “no sabría donde colocar a la gente, si tuviera que hacerlo”.
A diferencia de Cohen, Thomas Weinberger (1964, Múnich, Alemania) documenta siempre exteriores, pero dando mayor importancia al desarrollo técnico de las imágenes a color. En su trabajo, Weinberger se sirve de dos técnicas genuinas de la fotografía: la exposición por tiempo prolongado y la doble exposición. La primera borra toda huella de vida de la imagen, ya que los prolongados plazos de exposición tienden a eliminar todo rastro humano. A esta práctica se le suma la doble exposición, que en este caso a su vez es también una “doble iluminación”: una toma de día y otra de noche, superpuestas magistralmente de forma digital. El efecto de la luz natural del día mezclada con la luz artificial de la noche, produce una nueva valoración cromática, envolviéndolo todo en un extraño gris brillante que contribuye a la gran artificialidad de la imagen resultante. Lo que seduce a Weinberger parecen ser los exteriores: caminos, arquitectura industrial, instalaciones ferroviarias, calles desiertas y paisajes lejanos. Espacios descontextualizados que no parecen pertenecer a nadie; creados, en principio, para ser poblados y que, sin embargo, nos dan la sensación de no servir para nada ni para nadie. En este sentido, su técnica unifica escenarios muy dispares entre sí, creando paisajes insólitos que parecen haber sido abducidos por un fenómeno sobrenatural. El espacio se transforma en el principal protagonista, adquiriendo presencia metafórica en la propia ausencia animada, convirtiéndose en personaje, o en objeto, o en escenografía vista a través de una ventana.
Por otra parte, Bert Danckaert (1965, Amberes, Bélgica) captura los residuos de la actividad humana, siempre en exteriores, sin presentar la figura humana. En el caso de Danckaert, las construcciones registradas se plantean como si de un “objeto-encontrado” se tratase, interpretando el entorno urbano como si fuesen “naturalezas muertas”. Sus imágenes pueden ser interpretadas como un nítido y humorístico laboratorio donde la mezcla entre lo artificial y lo banal es omnipresente. Danckaert se centra principalmente en los espacios abiertos de los nuevos suburbios, generando imágenes con un fuerte carácter claustrofóbico. Las aparentes puestas en escena capturadas son tan cerradas dentro del marco de la imagen que parece como si no existiese ni entrada ni salida. Sus composiciones a color, tan bien equilibradas, al ser combinadas con la árida banalidad de sus temas, hacen que sus imágenes se enmarquen dentro de un significado existencial pudiendo ser definido como absurdo. Todo un espacio donde poder reflexionar.
Y por último, las fotografías de Yehuda Altmann (1964, Lachish, Israel; reside entre Paris y Feldafing) representan lugares sin gente, o como mucho zonas donde se puede reconocer la sombra de algún personaje solitario. La patina de la historia miente de un modo palpable sobre la inconfundible superficie de las imágenes viradas en sepia. Las habitaciones, pasillos, detalles arquitectónicos o muebles, indican la presencia/ausencia de gente o acontecimientos con un halo o velo de incertidumbre que lo cubre todo. Las imágenes de Altmann niegan la grandiosidad, el espectáculo visual de nuestro mundo, dirigiendo la atención del espectador hacia lo más esencial y puro. Sus fotografías exploran situaciones espaciales específicas como pasillos o túneles; o fragmentos arquitectónicos más o menos reconocibles, aumentando nuestra percepción y ampliando la relación inconsciente entre: el espacio, la imagen y el detalle. Como él dice: "I photograph places of historic significance. I seek out the point of convergence between the visual and the descriptive in terms of knowledge and information. I highlight the visual communication between the historical presentation, which gives the subject its importance, and the spatial presentation, which gives it its identity."
En definitiva, y como el propio título de la exposición indica, Arquitectura fantasma recopila cuatro posturas sobre la fotografía que registra la arquitectura, diferenciadas entre sí pero con un denominador común: dar una vuelta más a la ya tan trillada fotografía documental arquitectónica.
Mira Bernabeu
FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert vr, april 11, 2008 10:32:16<H>ART IMAGE Paul Graham
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
“Perhaps instead of standing by the river bank scooping out water, it’s better to immerse yourself in the current, and watch how the river comes up, flows smoothly around your presence, and gently reforms the other side like you were never there.”
Met deze woorden illustreert Paul Graham (Groot Brittannië, 1956) de achterliggende gedachte bij zijn recente fotowerk ‘A Shimmer of Possibility’ waarvan momenteel een selectie getoond wordt bij Crown Gallery te Brussel. Grahams recente foto’s tonen alledaagse situaties in de Verenigde Staten waarbij non-momenten uitvergroot worden of vluchtige ontmoetingen in montages van verschillende beelden wandvullende composities worden. Zoals in het leven zelf, gebeurt er bitter weinig op Grahams foto’s: een vrouw steekt de straat over, er wordt iets gegeten of we zien afval op de stoep. Door de fotografische stilstand en uitvergroting van deze haast onbewuste momenten ontstaat een betekenisvolle poëzie over existentie, toeval en lichtheid. Het leven voltrekt zich immers terwijl we achteloos onderweg zijn of in gedachten verzonken het gras maaien.
Paul Graham is geen onbekende in de recente fotogeschiedenis; in de jaren ’80 werd hij internationaal opgemerkt toen hij - samen met fotografen zoals Martin Parr - als één van de eersten de sociaaldocumentaire traditie combineerde met het gebruik van kleur. Telkens vertrekt Graham vanuit een sociale waarneming zonder expliciet uitspraak te doen over de situatie.
Van het werk ‘A Shimmer of Possibility’ verscheen in november 2007 bij SteidlMACK een unieke uitgave van twaalf boeken, die elk - als een kortverhaal - een eenvoudige situatie beschrijven uit de Amerikaanse samenleving. Door de beperkte oplage van slechts 1000 exemplaren is deze editie haast uitgeput. In 2009 zal een uitgebreide tentoonstelling van de Britse kunstenaar te zien zijn in museum Folkwang te Essen en in de Whitechapel Gallery te Londen.
Bert DANCKAERT
‘A Shimmer of Possibility’ van Paul Graham tot 12 april in Crown Gallery, Hopstraat 7, 1000 Brussel. Open van donderdag tot zaterdag van 14u30 tot 18u30 en op afspraak. Web: www.crowngallery.be
De uitgave van ‘A Shimmer of Possibility’ verscheen bij SteidlMACK en bestaat uit 12 linnengebonden boeken, prijs 190 euro. ISBN: 978-3-86521-483-6

FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert vr, april 11, 2008 10:26:48
Tot eer en glorie van zichzelf
Retrospectieve tentoonstelling van Edward Steichen in Jeu de Paume te Parijs
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Edward Steichen (1879-1973) wordt beschouwd als één van de belangrijkste en meest invloedrijke fotografen van de 20ste eeuw. In Parijs loopt een uitgebreide retrospectieve tentoonstelling van zijn werk. Steichen was betrokken bij een aantal markante momenten in de fotogeschiedenis. Hij was achtereenvolgens picturalist, modernist, succesvol oorlogs- of reclamefotograaf én tentoonstellingsmaker voor het MoMa in New York. De naam Steichen loopt als een rode draad doorheen de fotogeschiedenis van de twintigste eeuw. Maar was Steichen wel de grote vernieuwer zoals hij overal beschreven wordt en was hij niet vooral zelf de auteur van zijn eigen geschiedenis?
De tentoonstelling in Jeu de Paume is de eerste Europese retrospectieve van het werk van Steichen en omvat 450 vintage prints, netjes opgedeeld in de grote fasen van zijn leven. Het geheel is mooi vormgegeven met een knipoog naar het fifties design van Steichens ‘The Family of Man’ (de monstertentoonstelling die hij voor het MoMa maakte in 1955). De expo geeft een zeer volledig en bij momenten een voorzichtig kritisch beeld van deze ‘held’ van de Amerikaanse fotografie. Het levensverhaal van Steichen is een schoolvoorbeeld van een strategisch uitgekiende carrière. Steichen was op en top professioneel – een term die vandaag meer dan actueel is. Wat hij won aan eer en macht, verloor hij wellicht aan artistieke consequentie en integriteit.
Netwerken werken
Steichen, die ook een getalenteerd schilder was, werkte aanvankelijk in de picturalistische stijl. Op zijn twintigste won hij de tweede prijs op een tentoonstelling in het Art Institute of Chicago. In de jury zat fotograaf Alfred Stieglitz (1864), begeesterd peetvader van het jonge medium en uitgever van publicaties over fotografie. Steichen zou zich later bij Stieglitz aansluiten bij de oprichting van de Photo-Secession, een groepering van jonge fotografen rond de figuur van Stieglitz. Ook in Europa slaagde Steichen er in zich met de ‘juiste’ mensen te omringen; de portretten die hij van Auguste Rodin maakte, gaven hem wereldfaam, terwijl hij in Parijs in contact kwam met de toenmalige avant-garde. Steichen zorgde er in 1906 voor dat werk van kunstenaars zoals Picasso, Matisse en Cézanne tentoongesteld werd in Stieglitz’ galerij ‘291’ te New York, jaren voor de befaamde Armory Show de Europese modernisten in de Verenigde Staten bekendheid zou geven.
Ondertussen bleef Steichen actief als schilder en als fotograaf. De foto’s die hij in het begin van de 20ste eeuw maakte, zijn prototypen van de picturalistische stijl en waren heel letterlijk beïnvloed door de schilderkunst. Het meest voor de hand liggende voorbeeld hiervan is het zelfportret dat hij in 1902 maakte met schilderspalet in de hand; de symbiose van fotografie en schilderkunst was compleet, Steichens foto’s werden zelfs als ‘paintographs’ of ‘photopaints’ omschreven.
To be Steichenized
Langzamerhand werd het duidelijk dat het picturalisme op een dood spoor zat en dat de fotografie aangewend werd om de schilderkunst en grafische kunsten te imiteren. Voortrekkers als Stieglitz ontdekten de mogelijkheden van de ‘zuivere’ fotografie en maakten kort na de eeuwwisseling de overgang naar de ‘straight photography’. Eenvoudige onderwerpen namen de plaats in van de beladen taferelen van het picturalisme en alle technische ballast werd overboord gegooid. Foto’s mochten er voortaan uitzien als foto’s: haarscherp en accuraat. Ook Steichen zag de nieuwe mogelijkheden van de fotografie hoewel het werk van Stieglitz uit die periode radicaler was. Pas rond 1920 zou Steichen doordrongen zijn van de modernistische fotografie (die hij toen voornamelijk aanwendde voor commerciële doeleinden).
De eerste wereldoorlog zorgde voor een breuk in Steichens carrière. Een conflict dreef Stieglitz en Steichen uit elkaar en ook de relatie met zijn vrouw liep op de klippen wanneer zij met hun dochter naar Frankrijk verhuisde. In 1917 sloot Steichen zich aan bij het leger en werd er fotograaf bij de Air Force. Hij zette zich af van het ‘l’art pour l’art’ van Stieglitz en zou ook na de oorlog bijna uitsluitend toegepaste fotografie bedrijven. Tussen 1924 en 1938 verdiende Steichen kapitalen in dienst van uitgeverij Condé Nast en werd wereldberoemd glamourfotograaf in New York en Hollywood. Zijn naam werd zelfs een werkwoord: ‘to be Steichenized’ betekende zich door Steichen te laten portretteren. Toch werd Steichens commerciële werk openlijk bekritiseerd door meer idealistische fotografen uit die tijd zoals Alfred Stieglitz, Paul Strand of Walker Evans.
Naar het MoMa
Ook in de tweede wereldoorlog meldde de patriot Steichen zich vrijwillig voor het leger, ondanks zijn gezegende leeftijd van 63 jaar maakte hij propagandafilms voor het Amerikaanse leger. Voor het MoMa stelde hij de tentoonstelling ‘Road to Victory’ samen om de Amerikaanse bevolking ervan te overtuigen mee in de oorlog te stappen. Kort na WOII kwam Steichen aan het hoofd van het departement fotografie van het MoMa waar hij een aantal markante (maar ook conformistische) tentoonstellingen zou maken. De bekendste is ongetwijfeld ‘The Family of Man’, die wereldwijd getoond werd en ruim negen miljoen bezoekers trok.
Steichen hertrouwde in 1960 op 80-jarige leeftijd met de 26 jaar oude Joana Taub, die tot vandaag zijn archief beheert. Dit huwelijk was wellicht één van de meest pragmatische in zijn soort. Van Joana Steichen verwachtte haar echtgenoot - zoals ze het zelf navertelt - een ‘quiet, doglike devotion’.
Steichen maakte voor het MoMa een tiental tentoonstellingen, telkens opgebouwd rond verschillende vertegenwoordigers van het medium. Slechts één keer maakte hij een solotentoonstelling en wel over zichzelf: ‘Steichen the Photographer’ (1961). In 1962 gaf hij de fakkel door aan John Szarkowski die een frissere wind door het MoMa deed waaien. In 1973 overleed Edward Steichen op 94-jarige leeftijd.
Codes
Het verhaal van Steichen is exemplarisch voor een typisch menselijke neiging en daarom vandaag ook razend actueel: macht, geld en aanzien doen idealen – voor zover initieel aanwezig - vaak smelten als sneeuw voor de zon. Edward Steichen had ontegensprekelijk meer talent dan de doorsnee fotograaf uit zijn tijd, avant-gardist was hij nét niet. Sommige keuzes in zijn carrière waren dermate opportunistisch, reactionair en tot eer en glorie van zichzelf dat ze moeilijk te rijmen vallen met een oprecht artistiek onderzoek. Waarschijnlijk was zijn ambitie groter dan zijn zin tot vernieuwing. Het verwerven van een onaantastelijke positie maskeert dan het gebrek aan integriteit. Zij die het spel doorzien, de codes van geschiedschrijving doorgronden en de gave hebben om hun opponenten te neutraliseren, hebben alle troeven in handen om zelfs na hun dood een zelfgecreëerde mythe te handhaven. Aan u om de naam Steichen te vervangen door enkele actuele kunstenaars, curatoren, critici of museumdirecteurs. Geschiedenis wordt geschreven terwijl we er achteloos bij staan.
Bert DANCKAERT
‘Steichen, une épopée photographique’ loopt tot 30 december 2007 in Jeu de Paume, Place de la Concorde 1, 75008 Parijs. Open van woensdag tot vrijdag van 12 tot 19u, op dinsdag van 12 tot 21u en op zaterdag en zondag van 10 tot 19u. Toegang 6/3 euro.
Een zeer volledige catalogus begeleidt de tentoonstelling en werd uitgegeven door Thames and Hudson. Prijs: 69 euro. ISBN: 978-0-500-54346-7

FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert vr, april 11, 2008 10:17:47Planktos
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
‘Planktos’ betekent in het klassiek Grieks ‘rondzwerven’. Beide termen, ‘planeet’ en ‘plankton’, zijn afgeleid van de Griekse oervorm. In de etymologische betekenis vallen micro- en macrokosmos dus samen. Wie door een microscoop de werkelijkheid extreem uitvergroot en zo doordringt tot het onzichtbaar kleine, komt in een oeruniversum terecht dat veel vergelijkenissen vertoont met planeten, melkwegen, sterren en kometen. Het extreem kleine raakt het gigantisch grote in een filosofisch gebied waar orde en chaos mekaars gelijke zijn.
Onder de titel ‘Planktos’ toont de Duitse fotografe Claudia Fährenkemper (1959) recent werk in de pas geopende Brusselse galerie ‘Brussels Flamingo - Contemporary Art and New Media’. Fährenkemper studeerde fotografie in Keulen bij Arno Jansen (die op zijn beurt opgeleid werd door Otto Steinert, boegbeeld van de subjectieve fotografie). In Düsseldorf volgde Fährenkemper fotografie bij Bernd Becher, peetvader van de objectieve fotografie. Aanvankelijk volgde ze het obligate pad van haar Düsseldofse leermeester en legde ze zich toe op het fotograferen van industriële vormen. De grote fotografische vragen ‘wat is werkelijk’ of ‘wat is waarneming’ diepte ze vanaf de vroege jaren negentig verder uit in een typologisch onderzoek naar het beeld geproduceerd door de elektronenmicroscoop (SEM). De afgelopen 15 jaar maakte ze uitvergrotingen van planten, insecten en kristallen en bouwde ze een encyclopedische verzameling beelden uit met een sterke verwantschap aan het herbarium van Karl Blossfeldt die in het begin van de 20ste eeuw een obsessieve vergelijkende studie van honderden planten realiseerde. Het is precies het werk van Blossfeldt dat de Bechers inspireerde om hun verzamelingen watertorens, hoogovens en koeltorens te maken vanaf de jaren ’60. Via de Bechers komen we terug bij Fährenkempers seriële werk.
Net zoals bij de Bechers, is de camera bij Fährenkemper geen emotioneel instrument maar een werktuig dat documenteert. Het wetenschappelijk apparaat dat de SEM is, wordt hier niet aangewend voor biologisch of medisch onderzoek maar om het beeld zelf te bevragen. Fährenkempers foto’s zijn bijzonder esthetisch en hoewel strikt documentair, leveren ze veeleer een virtuele werkelijkheid dan een objectieve waarneming op. Het digitale beeld van de SEM zet ze om tot een negatief waarvan ze traditionele zwart-wit barietafdrukken maakt.
Fährenkempers foto’s zijn objectief en subjectief tegelijkertijd, wat ze tonen is zo klein als een planeet en bovenal: ze gaan over ultieme orde en daardoor over complete chaos.
Bert DANCKAERT
‘Planktos’ van Claudia Fährenkemper tot 12 januari 2008 in ‘Brussels Flamingo’, Hopstraat 40, 1000 Brussel. Er is een bescheiden catalogus beschikbaar. Web: www.brussels-flamingo.com
Van Claudia Fährenkemper verscheen in 2004 het boek ‘Photomicrographs’ bij uitgeverij Hatje Cantz. ISBN: 3-7757-1456-1

FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert do, april 10, 2008 20:53:18
Daddy, where are you?
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
De Amerikaanse fotografe Tierney Gearon (Atlanta, Georgia, 1963) was een illustere onbekende tot ze in 2001 door Charles Saatchi werd geselecteerd voor de tentoonstelling ‘I Am a Camera’, een groepstentoonstelling met bekende fotografen als Richard Billingham of Nan Goldin. Ze toonde er enkele foto’s van haar kinderen. Op één van de beelden zagen we haar zoontje naakt in de sneeuw plassen, op een andere foto staan Gearons zoon en dochter naakt op het strand met een masker op het hoofd. Dat was reden genoeg voor Scotland Yard om de foto’s uit de tentoonstelling te laten verwijderen. Bezoekers hadden immers geklaagd dat deze beelden pedofielen op verkeerde gedachten zouden kunnen brengen. Zoals dat dan gaat werd de fotografe wereldbekend.
Van Tierney Gearon verscheen zonet het indringende boek ‘Daddy, where are you?’. Gearon fotografeerde de complexe relatie die ze heeft met haar mentaal zieke moeder. De foto’s tonen onomwonden de meest intieme momenten van liefde en onbegrip binnen de context van de dagelijkse realiteit. Meestal bevinden we ons in of rond het huis van de moeder waar Gearon met haar eigen kinderen op bezoek is. Dan weer lijkt er een onverstoorbaar diepe band tussen moeder en dochter die even later abrupt overgaat in het onvermogen tot communicatie met de in zichzelf gekeerde oudere vrouw. Gearon is zelf vaak aanwezig in de foto’s, bijvoorbeeld wanneer ze naakt en zwanger op haar moeders schoot zit in de slaapkamer. De private wereld is het werkgebied waar liefde en pijn mekaar constant bestoken.
Toch is het begrijpelijk dat Gearons beelden verstoren. Ze zijn immers zo fragiel dat we haast naar adem moeten happen om er naar te kunnen kijken. Je zou je kunnen afvragen of dit werk egocentrisch, exhibitionistisch dan wel gênant is. Wellicht heeft het zelfs een beetje van alle drie. Daarnaast kunnen we er niet omheen dat de beelden van een moedige oprechtheid getuigen, een poëtisch en persoonlijk verhaal vertellen en meer universeel over belangrijke waarden als herkomst en persoonlijke geschiedenis gaan. Wie kinderen krijgt, gaat door een proces van individuele bevraging en de ouders - die tot grootouders gemaakt werden - spelen daarin een cruciale rol. Dat is bij Gearon niet anders. Het mentale isolement van de moeder verhoogt alleen de spanning; de psychologische ondoorgrondelijkheid en het mysterie van diepe emoties wordt vertolkt door een vreemde grijze dame die naakt en sigaretten rokend door het rommelige huis loopt, omhelst, huilt en lacht. Misschien bepaalt net die uitvergroting de draaglijkheid van dit boek.
Bert DANCKAERT
‘Daddy, where are you?’ van Tierney Gearon werd uitgegeven door Steidl Dangin en kost 75 euro. ISBN: 3-86521-309-X. Web: www.steidlville.com
Over het werk van Tierney Gearon werd onlangs door Jack Youngelson en Peter Sutherland een documentaire gemaakt. ‘The Mother Project’ is verkrijgbaar op DVD: www.themotherproject.com

FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert do, april 10, 2008 20:51:09Reflecties over vluchtigheid en dood
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Marc De Blieck (1958) maakte voor Initia, bureau voor kunst- en cultuurinitiatieven een fotografieopdracht over ouder worden en ‘het verstrijkende leven’. De ijzersterke installatie, die het resultaat van zijn onderzoek is, wordt momenteel getoond in De Markten te Brussel.
Marc De Blieck baseerde zich op het leven van vier bejaarden uit drie verschillende rusthuizen. Hun verhalen en familiefoto’s liggen aan de basis van reflecties over tijd, verleden, geheugen en het voorbije leven waar vanuit de ouderdom op teruggekeken wordt. Hij vertrekt daarbij van een fundamenteel fotografische tragiek: alles wat we op foto’s zien is onherroepelijk voorbij en daarom zijn foto’s zo sterk verbonden met de dood. Mensen kijken poserend in een landschap in de toekomst van het nu. Ze zijn zich bewust dat de foto dit mooie moment zal conserveren, zoals de vlinderverzamelaar dode vlinders in een houten kastje prikt.
De Blieck overstijgt in zijn presentatie de anekdotiek van private levens met hun specifieke verhalen. Hij toont ons een type van beelden, de hoogtepunten uit het bestaan van gewone mensen; hun reizen, vrienden of de bloemen die ze zagen op een wandeling in de Alpen. De Blieck presenteert het universele van de onbeduidende beeldtaal en maakt slim gebruik van toevallige symboliek. Zo toont hij een aantal reproducties van albums, gefotografeerd doorheen het kalkpapier tussen twee bladzijden. De laag die over het verleden ligt refereert aan vergeten, verdwijnen haast. Tegelijkertijd legt De Blieck de oervorm van de foto bloot, we zien ‘het landschap’ en ‘de pose’ terwijl alle herkenbaarheid lijkt weg geschraapt.
In een tweede ruimte gaat De Blieck met drie videoprojecties verder in op het gegeven van tijd, beeld en dood. In de bescheiden projectie ‘Uscita’ (Italiaans voor ‘uitgang’) zoomen we tergend langzaam in op een glazen deur bovenaan een stenen trap. Het licht schijnt door het gehamerd glas waarop een bordje met ‘Uscita’ werd aangebracht. Op de duur blijft er slechts een psychedelisch gouden patroon van het glas zichtbaar tot het uitzoomen wordt ingezet. Op dezelfde trage manier keren we terug naar het overzicht. Wat blijkt is dat we als het ware doorheen het glas zijn gestapt en dezelfde deur nu in spiegelbeeld bekijken. ‘Het einde’ wordt gesymboliseerd door een omkering, de dood wordt gelijkgeschakeld met de terugblik van op het verste punt.
Het grootste werk op de tentoonstelling ‘Home’ is de projectie ‘Image, Afterimage’ die bestaat uit beelden die Marc De Blieck van het internet plukte. Massaal posten mensen hun private belevingen op photosharing sites. De enige rem die de digitale amateurfotograaf nog rest is de capaciteit van het geheugenkaartje. Foto’s zijn ‘gratis’ geworden waardoor we de afgelopen 10 jaar meer gefotografeerd hebben dan tijdens de hele afgelopen analoge fotogeschiedenis. Doemdenkers spreken van de devaluatie van het fotobeeld of over het ‘postfotografisch tijdperk’.
De Blieck plaatste voor dit werk een grote verzameling van dit soort ‘waardeloze’ beelden achter elkaar. Vluchtige momenten van geluk in de vorm van ondergaande zonnen, feestjes, planten en eten. Alsof onze levens samen met de fotografie gedevalueerd zijn. In de projectie lopen de beelden telkens in elkaar over zodat we nooit één beeld zien maar telkens de ‘besmetting’ van het ene beeld in het andere. Is de schrijnend lege stroom van gelukzalige stereotiepen het beeld dat we zullen zien van op het verste punt?
Bert DANCKAERT
‘Home’ van Marc De Blieck tot 17 februari 2008 in De Markten, Oude Graanmarkt 5 in Brussel. Open van dinsdag tot en met zondag van 12 tot 18 uur. Web: www.demarkten.be.

FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert do, april 10, 2008 20:43:07
De architectuur van de constructie
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Onder de titel ‘Image/Construction’ toont Filip Dujardin -al dan niet- geconstrueerde architectuurfoto’s in Bozar te Brussel. De tentoonstelling bestaat uit drie reeksen: barakken gevonden op landbouwgebied, een serie van commercieel werk in opdracht gemaakt voor het tijdschrift voor architectuur A+ en tot slot een reeks digitale fotomontages waar fictieve architectuur voor bevreemding zorgt.
Filip Dujardin (1971) studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit Gent en fotografie aan de KASK te Gent. Hij werkte twee jaar als technisch assistent voor Magnumfotograaf Carl De Keyzer. De tentoonstelling is een coproductie van Bozar met tijdschrift voor architectuur A+ en de orde van architecten. Het spreekt voor zich dat de architectuur aan de basis ligt van de verschillende series die Dujardin presenteert.
In de reeks ‘barakken’ toont hij een soort non-architectuur; pragmatisch in elkaar geknutselde bouwsels voor een mysterieuze landbouw-gerelateerde praktische toepassing. Dujardin isoleerde de constructies netjes in het vlakke Vlaamse land. Ondanks de neutrale, overschouwende benadering hebben deze beelden iets surrealistisch en gaan ze over de meest primaire architecturale reflex: het creëren van een bruikbaar volume in het landschap. Deze constructies zijn niet het gevolg van goede smaak, een ‘less is more’-overtuiging of een esthetisch-filosofisch standpunt. Wat we zien is het gevolg van toeval. Deze architectuur heeft misschien meer te maken met hoe we als kind kampen bouwden in de woonkamer; de gebruikte materialen waren wat er voorhanden was en de vorm ontstond vanuit die objecten en de fantasie van het moment.
De tweede serie bestaat uit een aantal foto’s gemaakt voor tijdschrift over architectuur A+. Dit commerciële en vakkundige werk is zeer bruikbaar ter illustratie van wat het beschrijft: huizen en interieurs van bekwame architecten. In de tentoonstelling blijven deze beelden helaas niet overeind. Ze missen richting, statement of standpunt van de fotograaf.
De derde reeks is zonder twijfel de meest spectaculaire. Photoshop constructies leidden tot beelden van gigantische en maniakale architectuur. Zowel industriële als sociale imaginaire bouwwoede komt aan bod. Dujardin is behoorlijk bedreven in het samenstellen van architecturale fragmenten uit verschillende foto’s tot één nieuw beeld. Soms levert het boeiende kubistische composities met referenties naar de echte wereld op. Tegelijkertijd zijn de beelden zo overdreven dat ze meer te maken hebben met de taal van de sciencefiction. Ook moet gezegd dat Dujardin iets te nadrukkelijk zijn kloon-tool hanteert waardoor dezelfde patronen meermaals in één beeld te traceren zijn. Ook zijn er soms technische onnauwkeurigheden: de foto van een enorme rotsblok tussen twee woningen heeft duidelijk een andere scherpte dan de gebouwen op de foto, dit soort afgelikte digitale hocus pocus verdraagt geen slordigheden, anders doorzie je de truc van de goochelaar en dan is de lol er af.
Een iets soberdere interpretatie van een opeenstapeling van achterkanten van woningen tot een spel van banaliteit en abstractie levert dan weer wel een spannend beeld op.
De combinatie van de digitale fotomontages met de zuiver waargenomen barakken stelt het begrip ‘constructie’ gevat in vraag. De toevoeging van het commerciële werk op deze tentoonstelling, legt helaas het gebrek aan gewicht van deze expo bloot.
Bert DANCKAERT
Image/Construction van Filip Dujardin tot 31 maart in het Paleis voor Schone kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel. Open van dinsdag tot zondag van 10 tot 18u en op donderdag tot 21u. Toegang vrij. Web: www.bozar.be

FototekstenGeplaatst door Bert Danckaert do, april 10, 2008 20:36:09Een ornament voor het Concertgebouw
Klik hier voor meer teksten van Bert Danckaert
Op 25 januari wordt in het Concertgebouw van Brugge een permanent werk van Dirk Braeckman ingehuldigd. De aankoop kwam tot stand door de samenwerking tussen het Concertgebouw, de Stad Brugge en Musea Brugge. Architect Paul Robbrecht - die samen met Hilde Daem het gebouw ontwierp - deed zelf het voorstel. Het resultaat is tegelijk sober en monumentaal: Braeckman monteerde een digitale print van 480 x 300 cm in de nok van het Atrium. De foto werd afgedrukt op flinterdun Japans zijdepapier en tegen de betonnen wand gekleefd waardoor het werk letterlijk deel wordt van de architectuur.
‘H.S.-N.Y.-94-99-2007’ is een typische Braeckman-foto: in donkere tinten doemt een wand met oud behangpapier op. In het zware - maar toch glanzende - behangpapier reflecteert het flitslicht van de fotograaf, als de echo van een twijfelende aanwezigheid. De foto beschrijft geen ruimte, ze ontneemt ruimtelijkheid in een plat en claustrofobisch vlak. Het is de wand van een onleesbare geschiedenis; de muur als een onopgemerkte getuige van het leven dat zich hier afspeelde. Dit beeld staat bol van wat het niet kan tonen. Zoals steeds toont Braeckman een onvermogen verpakt in een achteloze plek.
De wisselwerking met de architectuur van het Concertgebouw is al even dubbelzinnig als het beeld op zich. De uitgebalanceerde structuur van het gebouw verdraagt immers niets extra en de strakke vormgeving ervan staat wel erg ver van Braeckmans beladen beeldtaal. En toch werkt het wonderwel. De donkere grijstinten van het beeld contrasteren en worden één met het grijze beton. De vormelijke referentie tussen de foto en de rechthoekige openingen waaruit de ruimte is opgebouwd spelen prachtig op mekaar in. Tegelijk levert Braeckmans ‘fresco’ een breuk op met het gebouw: de barokke en verweerde wand op de foto tekent zich af tegen het frisse beton van het Concertgebouw en lijkt haast een projectie.
Met deze installatie kreeg de uitgepuurde architectuur van Robbrecht & Daem een beladen ornament cadeau. Paradoxaal genoeg gaat dit ornament naadloos over in het moderne gebouw, alsof het al in de ontwerptekening aanwezig was.
Bert DANCKAERT
‘H.S.-N.Y.-94-99-2007’ van Dirk Braeckman is vanaf nu permanent te zien in het Atrium van het Concertgebouw, ’t Zand 34, 8000 Brugge.
